Sarah Winman - Tin man

Sarah Winman - Tin man
(UK, 2017)
Lezers die dit boek liever in vertaling lezen, moeten nog even geduld hebben. De vertaling verschijnt in de zomer/najaar 2018 bij uitgeverij Orlando

Hella schreef het al in haar bespreking: toen ik dit boek aan het lezen was, wist ik: dit wordt een 5-sterrenboek, maar wat een totaal ander soort waardering dan mijn vorige 5-sterrenboek, dat van Liz Moore. De ene ster is de andere niet.
Het boek bracht me in een lastig parket! Aan de ene kant wil ik het graag hier bespreken, omdat ik het een enorm mooi boek vond en het graag aan wil raden. Aan de andere kant lukte het me in eerste instantie niet om voor mezelf te formuleren waaróm het dan zo'n goed boek is. Het is niet een boek waar heel veel in gebeurt, het is eigenlijk een vrij simpel verhaal. Het is ook niet heel erg lang (mijn ebook was 121 blz, de papieren versie is rond de 160 blz). Wat is het dan, dat dit boek zo ongrijpbaar maakt?

Ik heb er een weekje over nagedacht en kwam tot de volgende overpeinzing:
Iedereen kent in zijn leven wel zo'n moment, waarop je iets moet zeggen of doen maar het niet kan. Omdat je twijfelt, of niet durft of niet eens weet waarom niet. En dan gaat dat moment voorbij en dan weet je dat je iets verloren hebt. En je weet ook dat dat moment niet meer terugkomt.
Sommige mensen blijven hun hele leven met spijt denken aan zo'n moment, vooral als het bepalend lijkt voor een genomen of juist niet genomen wending in je leven.
Dat is waar dit boek voor mij over gaat. Maar niet alleen de melancholische gedachte dat je iets wat je graag wilde voorbij hebt laten gaan, maar ook dat er hoop is. Dat je je ermee kunt verzoenen, of zelfs kan zeggen dat het goed is, zoals het nu is.
Of praat ik nu in raadsels???

Enfin dit boek gaat in de basis over twee mannen, de introverte Ellis en de uitbundige Michael, die van elkaar houden maar toch uit elkaar drijven, mede door de introductie van een vrouw, Anne. Het bestaat uit twee delen, in het eerste deel is Ellis aan het woord. Zijn vrouw is verongelukt en hij kan daar niet mee in het reine komen. Om zijn gevoel uit de weg te gaan werkt hij in de nachtdienst als uitdeuker (tin man). Maar als hij op een winterse nacht van zijn fiets valt en zijn arm breekt, kan hij niet meer werken en wordt met zichzelf geconfronteerd. In het tweede deel is Michael aan het woord, via nagelaten dagboeken die door Ellis worden gevonden.
De kleur geel speelt een belangrijke rol in dit boek, en staat, samen met zonnebloemen, Van Gogh, de lucht in Zuid Frankrijk en de geur van lavendel voor het leven en dan vooral leven met passie. De schoonheid van het leven. En dat is wellicht wel wat dit boek zijn 5 sterren geeft: verdriet en spijt kunnen genezen door de confrontatie met schoonheid. Geschreven in een wonderschoon boek.








De boeken (en de stilte) van juli

Jeetje wat is het stil! Er wordt nauwelijks geblogd. De kranten zijn vervallen tot die flutterige zomerkrantjes. Op de TV alleen maar herhalingen. Maar één ding is anders dan andere jaren: er verschijnen deze zomer heel veel nieuwe boeken! Waar normaal het zwaartepunt echt in het najaar/de winter lag, zie je nu dat de Nederlandse uitgevers de hausse aan nieuwe boeken veel meer verdeeld hebben over zomer en najaar. Slim, want de meeste mensen lezen toch het meeste in de zomervakantie.  Wat de engelstalige uitgevers betreft, die blijven zich toch veel meer op het najaar richten. Niettemin wordt het TBR lijstje de laatste tijd weer snel langer.  Een beetje doorlezen dus maar. De afgelopen maand heb ik flink mijn best gedaan.

Gelezen maar niet besproken: 

Sylvain Tesson - Ongebaande paden; Sylvain Tesson, dat is de schrijver van het voortreffelijke '6 maanden in de Siberische wouden' en het interessante en vermakelijke Berezina.  De man die in 2014 zo dom was in een dronken bui op een dak te klimmen, en daar vervolgens van af te vallen. Hij brak al zijn ribben, zijn ruggewervels en zijn schedel. Als hij in het ziekenhuis ligt doet hij zichzelf de belofte dat als hij daar uit komt, hij dan een voettocht dwars door Frankrijk gaat maken. Een soort fysieke maar ook mentale genezingstocht, zijn eigen revalidatie.
Ongebaande paden is het verslag van deze tocht, van augustus tot november 2015. Het is in dagboekvorm geschreven en bevat veel beschrijvingen van het Franse (platte-)land en de toenemende (en vernietigende) industrialisering van dat land. Omdat ik geen Frankrijk liefhebber/kenner ben, vond ik zelf de reflectieve stukken over het te drukke moderne leven het mooiste. Degenen onder jullie die Frankrijk wel goed kennen zullen hier meer uithalen en waarschijnlijk hoger waarderen.
***

Adriaan van Dis - In het buitengebied; een verzameling met elkaar samenhangende (lange) verhalen over een ouder wordende man met de neiging tot depressiviteit; de ik-verteller heeft last van een binnenstem, die hem maar een koketterende, zeurende oude man vindt, en was het niet beter om er maar een eind aan te maken? Deze binnenstem verbindt de verschillende verhalen tot een geheel.
Het is een boek dat je stil in een hoekje moet lezen, het is zwaar en licht tegelijk, soms zijn de zinnen zwaar van alle intensiteit en dan opeens weer licht van ironie. Het gaat over eenzaamheid en wat je allemaal achterlaat in een geleefd leven, maar ook wat het betekent om schrijver te zijn. En uiteindelijk is dat ook wat de binnenstem het zwijgen oplegt. Gelukkig maar, want van deze schrijver wil ik nog wel wat langer genieten. Ik vond het trouwens wel lastig de verteller van deze verhalen los te koppelen van de auteur, omdat die twee zo op elkaar lijken.
Overigens: weet iemand wat je nu precies op deze foto ziet? Het ziet er een beetje eng uit maar dat komt waarschijnlijk door een raar perspectief?
****

Gelezen en besproken: 

Gail Honeyman - Mijn naam is Eleanor Oliphant (****); zie HIER

Kit de Waal - Mijn naam is Leon (***1/2); zie HIER

Chandra Prasad - On borrowed wings (***1/2); zie HIER

Maylis de Kerangal - De levenden herstellen (*****); zie HIER

Liz Moore - The Unseen World (*****); zie HIER

Niet uitgelezen:

Ik heb ook een flink aantal boeken terzijde gelegd. Ik merk dat ik steeds medogenlozer word wat betreft het lezen. Ik leg een boek makkelijker aan de kant als het me niet boeit want er is nog zoveel te lezen wat (naar ik hoop) beter is! Een boek moet me iets doen. Dat hoeft niet persé te betekenen dat het meeslepend moet zijn of dat ik me ermee kan identificeren. Maar het moet me op de één of andere manier raken. Het mag best erg traag lezen, maar ik wil dan wel geboeid raken door iets in het verhaal of door het onderwerp, nieuwsgierig zijn hoe het verder gaat. Als ik een boek aan het lezen ben en er niet graag mee verder ga, het niet vanzelf weer oppak, dan weet ik wel hoe laat het is.
Het boek moet iets aan mijn leven toevoegen, me net iets anders achterlaten dan toen ik begon. Rijker.
De volgende boeken kwamen niet door mijn strenge selectie:

Esther Verhoef - Nazomer; ik dacht een lekker zomers tussendoortje te doen. Ik heb een aantal thrillers van Verhoef gelezen die helemaal niet verkeerd waren. Met dit boek begeeft ze zich echter op het pad van de psychologische roman en die poging is wat mij betreft niet geslaagd. Ik heb nog mijn best gedaan tot blz. 116 (langer dan ik normaal doorlees) maar nee. Saai, je weet vanaf het begin al waar het naartoe gaat. Het beklijft niet, ik zat er niet in, in die modewereld die ik volstrekt oninteressant vond.
Ik ben geloof ik wel een uitzondering want het boek krijgt vrijwel overal toch een goede waardering (van 3,5 tot 5 sterren).
Ik vond het omslag wel mooi maar volgens mij is het gejat want ik heb een paar (oudere) engelstalige boeken gezien met een omslag dat hier verdacht veel op lijkt.


Helen Dunmore - Birdcage walk; jeminee, een boek van Helen Dunmore weggelegd? Ja, sorry! Het is een historische roman spelend in Engeland rond 1790. Elizabeth Fawkes (Lizzie) is getrouwd met de 'project-ontwikkelaar' John Diner Tredevant. De moeder en stiefvader van Lizzie zijn lid van een radicale stroming die in de naweeën van de Franse revolutie is ontstaan. John Diner is echter van de conservatieve kant en moet niets hebben van dat moderne gedoe. Dan breekt de crisis uit, het gaat slecht met de zaken van John Diner en Lizzie wordt steeds verder onderdrukt.....
Een voorspelbaar verhaal waar ik niet in kon komen. Ik durf wel te zeggen dat het niet behoort tot het beste van Dunmore. Wel zag ik op diverse plekken dit boek toch gewaardeerd met 4 sterren. Het zal.

Emily Fridlund - Een geschiedenis van wolven (History of wolves); dit boek, een debuut, staat op de longlist van de Man Booker en ik zou bijna aan mezelf gaan twijfelen om dit ook weer niet goed te vinden. Maar feit is dat ik hier al heel snel mee gestopt ben omdat ik de beweegredenen van de hoofdpersonage niet snapte en de gebeurtenissen niet kon plaatsen in een bepaalde context. Niet mijn stijl? Niet het goede moment? Of toch gewoon geen goed boek?

Anya Ulinich - Petropolis; ik weet nog dat ik dit boek op mijn lijstje had gezet omdat ik in een column van Sylvia Witteman had gelezen dat dit zo'n goed boek was omdat het op humoristische wijze de hedendaagse strijd van de zwarte medemens beschrijft. In het woord 'humoristisch' ligt dan meteen ook mijn probleem besloten. Ik vond de humor niet leuk en de hoofdpersoon bleef voor mij een erg platte personage. Gestaakt na 40 blz. Ehhh.... ik had ook beter moeten weten.

James Wood - Tintelingen. Het lezen en schrijven van literaire fictie; James Wood en ik, het wil maar niet boteren. Al eerder las ik Hoe fictie werkt en gaf het slechts 2 magere sterretjes. Mijn criteria lagen toen denk ik wat lager want ik las het destijds wel uit. Dit keer niet, want ik raakte al snel heel geirriteerd.
Ik kan deze man gewoon niet volgen! Ben ik er misschien te dom voor?
Paar voorbeeldjes
Over de neiging die begint in de puberteit om dingen geheim te houden:
"Literatuur, en fictie in het bijzonder, bood een uitweg uit deze gewoonte om dingen geheim te houden - deels omdat ze een symmetrisch overeenkomstige versie ervan bood, de wereld van het boek waarin leugens (of fictie) worden gebruikt om betekenisvolle waarheden te beschermen."
Of deze, nog zo'n 'symmetrische':
"De gedachte dat in de roman alles kan worden gedacht en gezegd - een tuin waar het grote Waarom? ongeplukt hangt, zich verlustigend in de vrije ruimte - stond voor mij op een ironisch symmetrische wijze in verband met de reeële angsten van het officiële christendom buiten de roman:  dat zonder God, zoals Dostojevski het uitdrukte, 'alles geoorloofd is'."
Uhhm, laat maar!






Liz Moore - The Unseen World

Liz Moore - The Unseen World
(fictie, VS, 2016)
Het boek is (nog) niet vertaald

Wat heb ik toch een mazzel met een biep die steeds meer engelse literatuur beschikbaar heeft, en zelfs ook heel recente. Zoals The Unseen World van Liz Moore.
Ik had op diverse vlogs op Booktube al heel enthousiaste verhalen over dit boek gezien. En wat een fantastisch boek is dit! Lang geleden dat ik zo ondergedoken geweest ben in de wereld van een boek.

Al na een paar bladzijden wist ik dat dit een goed boek zou worden. Zoiets voel je dan aan door de manier waarop je als het ware zonder enige moeite in het verhaal glijdt en je daar heel erg thuis voelt.

Ada Sibelius groeit in de jaren 70 op bij haar alleenstaande niet meer zo piepjonge vader David. Ze is van een draagmoeder (een 'surrogate' heet dat blijkbaar in het engels) die na de geboorte geen rol meer in haar leven heeft gespeeld. David is hoofd van een ict lab dat zich heeft gespecialiseerd in kunstmatige intelligentie en dan met name het taalaspect daarvan. Eén van de uitdagingen waarvoor het lab zich heeft gesteld is een zelfgebouwd programma, ELIXIR, zo te vullen met menselijke taal,  dat het voldoet aan de Türing test: dat je als gebruiker een 'gesprek' voert met de computer en niet weet of je antwoord krijgt van de 'machine' of van een mens. Let wel, we hebben het over de jaren 70/80, dit was toen heel bijzonder. De eerste personal computers waren net verschenen, en die konden toen nog bijna niks.

Ada krijgt 'homeschooling' van haar vader en wordt al vanaf baby meegenomen naar het lab, waar ze al vrij jong ook wordt betrokken bij de problemen die het lab tracht op te lossen. De vaste medewerkers van het lab zijn haar substituut familie, in het bijzonder Diana Liston (door Ada kortweg 'Liston' genoemd) die ongeveer gelijk met haar vader bij het lab gekomen is. Liston woont met haar drie zoons in hetzelfde huizenblok als David en Ada, in Dorchester, een buitenwijk van Boston.

Het is dus geen alledaagse opvoeding, die Ada krijgt. Ze heeft vrijwel geen contact met leeftijdsgenoten en komt niet in aanraking met de jeugdcultuur uit haar eigen tijd. Maar ze is wel gelukkig, want heel intelligent en dol op het leren van nieuwe dingen. Van haar vader krijgt ze dan ook dagelijks 'opdrachten': boeken die ze moet lezen, wiskundige problemen die ze moet oplossen, (klassieke) muziek die ze moet luisteren.

Als het boek begint is Ada 12 jaar oud, het zijn de 80-er jaren. Dan slaat het noodlot toe: David begint symptomen van Alzheimer te vertonen. Als lezer weet je dat een stuk eerder dan Ada, want hoewel ze weet dat er iets mis is met David, is ze zo ongeveer de laatste die het te horen krijgt.
David takelt snel af en Liston probeert de voogdij over Ada te krijgen. Maar dan blijkt dat David misschien niet is wie hij zegt te zijn.....en begint de zoektocht van Ada naar wie haar vader is en waarom zij, Ada, er is.  Aan David kan ze het inmiddels niet meer vragen, die is al te veel in zijn eigen wereld. Ada moet de wijde wereld in en dat valt, als je zo beschermd bent opgevoed, ook niet mee.

The Unseen World is sober maar intelligent geschreven, het gaat bij Moore echt om het het verhaal. Het engels leest heel vlot. De hoofdstukken over de jaren 80 worden afgewisseld met hoofdstukken die spelen in 2009, zodat die zoektocht in perspectief komt te staan.
De laatste hoofdstukken spelen in de toekomst, en het geheel wordt afgesloten met een epiloog. Daar houd ik van, vooral als er dan nog net op de rand iets verrassends wordt prijsgegeven.
Aan de basis is het een coming-of-age verhaal, maar het gaat over veel meer: over je roots, of je je naasten wel echt kent, liefde, cryptologie, Alzheimer. Computers en de virtuele wereld spelen daarbij een belangrijke rol.
Ik las 451 meeslepende bladzijden en wilde toen eigenlijk nog geen afscheid nemen.
Echt een heerlijk boek waarbij ik geen kanttekeningen kan bedenken!










Een indringende roman over een belangwekkend onderwerp

Maylis de Kerangal - De levenden herstellen (vertaalde fictie, 2015)
Oorspr: Réparer les vivants (FR, 2014)
In het engels verschenen als Mend the living (UK) en The Heart (US)

Dit is zo'n boek dat je iedereen wel in zijn handen wilt duwen: lees dit boek alsjeblieft!
Het is niet alleen prachtig om te lezen, maar het gaat ook nog over een onderwerp dat ons allemaal aangaat: orgaandonatie.

Het busje waarin Simon Limbres (19 jaar) en zijn twee vrienden van een nachtelijke windsurfsessie terugkeren verongelukt. Simon zit in het midden en heeft daarom geen gordel om. Hij vliegt met zijn hoofd tegen het raam en loopt zwaar hersenletsel op. Zo zwaar dat in het ziekenhuis blijkt dat hij zulke ernstige bloedingen in zijn hoofd heeft dat hij niet meer te redden is. Hij wordt hersendood verklaard. Dan volgt een race tegen de klok om te kijken of zijn ouders bereid zijn de organen van Simon af te staan voor donatie. Simon blijft ondertussen op de IC aan de apparatuur liggen, zodat de organen in goede conditie blijven.

Het zal vast niet het eerste boek over dit thema zijn, en ook niet het laatste. Het is wel een hele mooie, om meerdere redenen.
Het beschrijft alle betrokkenen bij het proces mét al hun (on-)hebbelijkheden: de ouders van Simon, Marianne en Sean, zijn zusje Lou, het hoofd van de IC Pierre Révol, de verpleegster van de IC Cordélia, de donorcoördinator van het ziekenhuis Thomas Rémige, de vriendin van Simon, de landelijke donorcoördinator en tenslotte ook de potentiële ontvanger van het hart van Simon en de chirurgen die voor de 'uitname' en de transplantatie zorgen.  Door hen allemaal zo van binnenuit te beschrijven, krijg je als lezer een beeld van hun rol en op welke manier zij denken over en betrokken zijn bij dit verblijven tussen leven en dood, want daar gaat dit boek feitelijk over. Over die bijna niet te duiden, niet te begrijpen zone tussen leven en dood.
Dat maakt dat je een heel genuanceerd, breed beeld krijgt van wat er allemaal gebeurt in die 24 cruciale uren, van het moment dat iemand hersendood wordt verklaard tot het moment dat de organen worden uitgenomen. De schrijfster heeft zich grondig verdiept in alles wat er in deze 'tussentijd' gebeurt en beschrijft zelfs hoe een 'uitname' (de operatie om de organen uit het lichaam te nemen) plaatsvindt en ook de transplantatie van het hart. Dat wordt heel eerlijk verteld, het wordt niet mooier gemaakt dan het is.

In Frankrijk hebben ze een donorwet die erg lijkt op wat wij hier wellicht ook zullen krijgen: wie zwijgt stemt toe, als je geen donor wilt zijn moet je dit expliciet vastleggen.
Ik had zelf al jaren in mijn registratie staan dat mijn nabestaanden hierover moeten beslissen, met het idee dat zíj met die keuze moeten kunnen leven.  Maar nu ik dit boek gelezen heb denk ik dat juist dit onmenselijk is: je mag hen op zo'n moment niet voor die keuze stellen. Het lezen hierover maakt voor mij helder hoe belangrijk het is een duidelijk ja of nee af te geven, en dit ook te bespreken met je nabestaanden.
Met een regeling waarbij je toestemt juist als je niets doet wordt dit toch moeilijker, omdat de meeste mensen deze discussie alsmaar uit zullen stellen en daarmee toch donor zijn.
Ik lees hier wel dat zelfs als je met donatie hebt ingestemd (lees: niet geregistreerd staat) nog steeds de nabestaanden bepalend zijn voor wat er gebeurt.
Overpeinzing van de donorcoördinator Thomas Rémige:
" 'denken aan de levenden', zei hij vaak, 'dat moet eerst, denken aan degenen die blijven'."
Hij had deze wijsheid geleend van Tjechov, uit het stuk Platonov: "Wat moeten we doen, Nicolas? De doden begraven, en de levenden herstellen."

Voor de ouders is het heel moeilijk te beseffen dat hun zoon dood is.  Vroeger was je dood als je hart ermee stopte, tegenwoordig ben je dood als je hersenen 'dood' zijn. Maar voor de ouders lijkt de jongen nog te leven, hij ademt immers nog, zijn hart slaat nog en zijn huid is nog roze en warm, levend. Dat hij in leven gehouden wordt door de apparatuur om hem heen is moeilijk te bevatten. De dood is moeilijk te bevatten. Wanneer ben je echt dood??
Een gesprek voeren over het afstaan van de organen van je kind, dat daar zo schijnbaar levend voor je ligt, dat is dan heel onwezenlijk.

Wanneer Thomas tegenover de ouders zit om voor het eerst met hen te spreken over orgaandonatie:
"Maar deze drie individuen kunnen dan wel één ruimte met elkaar delen, één tijd beleven, op dit moment bestaat nergens op deze planeet een grotere afstand dan tussen deze twee gepijnigde wezens en deze jongeman die voor hen is gaan zitten met het doel - ja, met het doel - toestemming te krijgen voor het verwijderen van de organen van hun zoon. Aan de ene kant een man en een vrouw die zijn meegesleurd door een schokgolf, van de vloer getild en tegelijk in een ontwrichte tijdsbeleving gestort - hun continuïteit werd onderbroken door de dood van Simon maar bleef toch continu verdergaan, als een eend zonder kop die rondjes rent over een boerenerf, knettergek -, een tijdsbeleving die was geweven uit pijn, een man en een vrouw op wier hoofd alle tragiek van de wereld zich concentreerde, en aan de andere kant die toegewijde, bedachtzame jongeman in zijn witte jas, erop voorbereid niet te hard van stapel te lopen bij het voeren van het gesprek, hoewel in een hoek van zijn hersenen het aftellen is begonnen, want hij beseft dat een hersendood lichaam achteruitgaat en dat er snel gehandeld moet worden - gevangen in die verwrongen situatie."
Uit dit citaat is af te leiden dat Kerangal schrijft in vaak zeer lange zinnen. Regelmatig zijn die zo maar een bladzijde lang.
Daarnaast past zij veelal een weelderig taalgebruik toe (in het bovenstaande citaat valt dit wel mee).
Ik ben dan wel zo'n lezer die zich daar normaal gesproken aan zou ergeren. Maar in dit geval heeft dit taalgebruik een functie: om de dood te bezweren, om het ondraaglijke draaglijk te maken. Ook de lange zinnen horen daarbij: door deze zinnen achter elkaar door te lezen, kom je in een soort roes. De roes waarin ook de nabestaanden terechtkomen, in het vacuum van de tijd.
Waarmee ik terugkom op mijn eerste zin, dat iedereen dit boek zou moeten lezen; want dit maakt wel dat het jammer genoeg niet een boek is dat iederéén gemakkelijk zal lezen. Je moet wel een beetje geoefende lezer zijn.

Dit neemt niet weg dat dit een prachtig boek is. Een boek dat alles heeft. Het laat je nadenken over het leven, over de dood. Het is bij vlagen filosofisch. Het is eerlijk. Het maakt duidelijk hoe dat nou gaat, beslissen over orgaandonatie. Het is menselijk. Het gaat over verdriet. Maar ook hoe het 'technisch' in zijn werk gaat. Maar de meest wonderschone, ontroerende scenes spelen zich juist af tijdens dit technische proces, in de operatiekamer.
Zeer indringend en indrukwekkend, om stil van te worden.







Dit boek won de "Wellcome prize for science writing" , als één van de weinige romans. 
Ook is er een film van gemaakt: Heal the living.

Kit de Waal - Mijn naam is Leon

Kit de Waal - Mijn naam is Leon (2017)
oorspr:  My name is Leon (UK, 2016)
Ik las dit boek uit de bibliotheek

Kit de Waal (1960) is getrouwd met een broer van Edmund de Waal, die van de Ephrussie familie waar hij een mooi boek over schreef  (dat overigens weer eens herdrukt is onder een andere titel: de haas met de ogen van barnsteen). Kit de Waal was als rechter gespecialiseerd in familierecht en daar heeft ze denk ik zoveel ellende met pleegkinderen en pleeggezinnen voorbij zien komen dat ze besloot er een roman over te schrijven.

Het gaat niet goed met Carol, de moeder van Leon en zijn baby-broertje Jake. Leon en Jake zijn van verschillende vaders, die beide niet meer in beeld zijn. Daardoor is Leon lichtbruin met zwart haar, en Jake blank met blonde krullen. Moeder Carol blijft vaak op bed liggen en laat de zorg voor de baby over aan Leon, 8 jaar oud. Als de situatie uit de hand loopt grijpt maatschappelijk werk in en worden Leon en Jake ondergebracht bij pleegmoeder Maureen. Maureen is een al wat oudere, alleenstaande vrouw met een engelengeduld, die zorgt voor een rustige en stabiele omgeving voor de jongens.
Maar na een aantal maanden wordt Jake, de schattige baby met de blonde krullen, geadopteerd door een gezin. De donkere Leon ligt als adoptiekind niet goed in de markt, hij mag niet mee met zijn broertje.  De scheiding van de broers is hartverscheurend. Leon blijft achter bij Maureen en begrijpt er niets van. Hij krijgt woede-aanvallen en begint te stelen.

Als Maureen ernstig ziek wordt gaat Leon (tijdelijk) naar haar zus Sylvia, waar hij het niet naar zijn zin heeft hoewel Sylvia wel haar best doet. Leon mist zijn broertje, zijn moeder, zijn vader en zelfs zijn in het oude huis achtergebleven speelgoed. De schaarse ontmoetingen met zijn moeder Carol, die nauwelijks interesse in hem heeft, doen daar geen goed aan.
Van een maatschappelijk werkster krijgt hij een tweedehands fiets, waarmee hij de omgeving gaat verkennen en op een volkstuinencomplex terecht komt. Daar raakt hij bevriend met een zwarte man, Burrows ('Kuifmans') en de beheeerder, Victor Devlin. Deze vriendschap zet een aantal ontwikkelingen in gang die aan het eind allemaal bij elkaar komen.

Tot zo ongeveer de helft van dit boek vond ik het maar zo-zo, er gebeurde niet zo veel en hoewel de lotgevallen van Leon wel schrijnend zijn had ik wat moeite om door te lezen. Maar op het moment dat Leon zijn fiets krijgt en de wereld zich voor hem opent, lijkt er wel een knop omgedraaid en wordt het een meeslepend verhaal. Hierbij spelen de rellen door een deel van de zwarte bevolking, die in 2011 in een aantal engelse steden plaats hadden, een prominente rol.

Wat mij vooral heel duidelijk werd in dit boek is, en misschien is het hard om te zeggen, dat sommige vrouwen eigenlijk geen kinderen zouden mogen krijgen, omdat ze het moederschap niet aankunnen en het is verschrikkelijk om te zien hoe de kinderen daarvan het slachtoffer zijn.
Carol is zo'n psychisch labiele vrouw die vooral met zichzelf bezig is, en zich niet kan verplaatsen in haar kinderen. Leon blijft zijn moeder onvoorwaardelijk trouw, maar wat doet zij hem pijn!  Je ziet hoe zo'n kind zou kunnen uitgroeien tot een probleemjongere. Dankzij het geduld en de liefde van Maureen en Sylvia gebeurt dit gelukkig niet bij Leon.

Een niet zo heel sterk begin, een erg sterke tweede helft én een prachtige afsluiter. Toch weer een fijne leeservaring gehad.





Chandra Prasad - On Borrowed Wings

Chandra Prasad - On Borrowed Wings
VS, 2007
Dit boek is niet vertaald
Ik las dit boek uit de bibliotheek

"Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje", ik hoorde het laatst nog op het journaal. De conclusie uit een rapport was dat mensen die zijn opgegroeid in een arm gezien, in een arme buurt, zelf ook arm blijven.

Dit geldt in ieder geval niet voor Adele Pietra, de hoofdpersoon van On Borrowed Wings. Ze groeit op in Stony Creek, een Amerikaans plaatsje dat bekend staat om zijn graniet steengroeve. De tegenstelling tussen arm en rijk is hier goed zichtbaar: de armen, dat zijn de arbeiders in de steengroeve. De rijken, dat zijn de 'cottagers',  de welgestelden die zomers de stad ontvluchten en in hun cottages aan de kust van Stony Creek verblijven.

Pa Pietra en zoon Charles werken beiden als quarryman, steenhouwer. Ma Pietra doet samen met Adele de was voor de cottagers. Ma is afkomstig uit een welgestelde familie uit Philadelphia, maar is verstoten toen zij de arme Italiaanse immigrant Gianno Pietra trouwde. Ma heeft al een partner voor Adele op het oog: de oudere steenhouwer Sylvio.
Adele verzet zich tegen haar lot. Ze is een dromerig meisje dat veel van lezen houdt. Het dromerige heeft ze van haar vader met wie ze dan ook beter overweg kan dan haar moeder. Die heeft al haar hoop in haar zoon gesteld; ze wil dat Charles gaat studeren, zodat hij rijk zal worden. Ze heeft hem zover gekregen dat hij een toelatingsexamen doet voor Yale.
Als pa en Charles omkomen bij een ongeluk in de steengroeve, ziet Adele haar kans. Ze knipt haar haar af en Ma gaat onmiddellijk mee in haar plan: zich voordoen als Charles en met zijn beurs studeren aan Yale University, New Haven. Dit speelt zich af in de dertiger jaren, het zou nog bijna 40 jaar duren voordat Yale University de eerste vrouw toeliet.

Het gegeven van een meisje dat zich voordoet als jongeman, is uiteraard niet heel origineel. Wat dit boek zeer de moeite waard maakt vond ik met name de sfeerbeschrijvingen van Yale, dat mannenbolwerk, beschreven met de blik van een vrouw. De moeilijkheden die Adele daarbij ondervindt maar ook de vriendschappen die ze desondanks weet te sluiten met een paar andere jongens, die als karakters ook erg goed uit de verf komen: Harry, Wick en Phin. Haar bijbaantje bij een professor in de eugenetica met verwerpelijke denkbeelden, die zij uiteindelijk op meesterlijke wijze een hak weet te zetten. Want Adele is aan de ene kant heel naief, maar tegelijkertijd als het moet ook wijs en daadkrachtig.  Naast dat bijbaantje geeft ze bijles in lezen en schrijven aan bijna de gehele familie DiRisio, een italiaanse immigrantenfamilie waarmee ze vrienden is geworden. Deze lessen vinden vooral in de dochter Ceci een vruchtbare bodem, want zij wil maar één ding: net als Amelia Earhart de lucht in!

Prasad is een verhalenverteller die met een wat melancholische ondertoon schrijft, in dit geval vooral over identiteit (geslacht, ras, afkomst).  Wat ik een beetje miste was enige humor. Adele is wel een innemende heldin maar erg serieus, een beetje humor of luchtigheid had geen kwaad gekund. Het is al met al geen meesterwerk maar wel een erg onderhoudend en fijn boek dat al heel lang op mijn lijstje stond. Ik ben blij dat ik het nu eindelijk gelezen heb.
Prasad (1975) komt zelf uit New Haven en heeft aan Yale gestudeerd. Haar vader komt uit India en haar moeder heeft Zweedse, Italiaanse en Engelse wortels. Het thema identiteit is haar dus niet vreemd.

Overigens schreef ze na dit boek een roman over...Amelia Earhart: Breathe the sky.




Een boek om je goed te voelen

Gail Honeyman - Ik ben Eleanor Oliphant  (Met mij gaat alles goed)
UK 2017, oorspr.: Eleanor Oliphant is completely fine

Een week of wat terug las ik in de krant dat een onderzoek had uitgewezen dat er in Frankrijk opvallend veel 'feel good boeken' worden gelezen. (Dat zal in andere landen vast niet anders zijn, maar daar is het niet onderzocht)
Mij verbaast dat niets.
In hetzelfde artikel staat dat we die feel good boeken beter links kunnen laten liggen, omdat we er niets uit leren over onszelf of de wereld.
'De boeken die ons aan onszelf onthullen zijn niet de meest vriendelijke. Wie wijzer wil worden, leze ongemakkelijke, weerspannige en pijnlijke boeken' aldus een Franse bibliotherapeute, Régine Detambel.

Dat zal vast zo zijn, maar ik zou daar iets tegen in willen brengen, namelijk dat ik uit de kranten, opiniestukken op internet en het 8-uur journaal de indruk krijg dat de wereld helemaal niet zo'n fijne plaats meer is en dat het er sterk op lijkt dat niemand meer te vertrouwen is. Soms vind ik dat alles al pijnlijk en ongemakkelijk genoeg.  Ik weet niet hoe het bij jullie zit, maar ik krijg af en toe een sterke behoefte om even iets te lezen waar de mensen wél van nature goed en te vertrouwen zijn, en dingen doen voor anderen zónder iets terug te verwachten.

Nu had ik weliswaar het boek van Gail Honeyman al wel eens ergens voorbij zien komen, maar was ik niet direct enthousiast toen ik het omslag van dit boek zag. Want 'feel good' boeken, vooral die met humor, zijn naar mijn smaak vaak nogal flauw, met van die melige humor waarbij elke zin leuk moet zijn. ('De honderdjarige man die..' is voor mij nog steeds één  van de ergste voorbeelden)
Gelukkig kon ik van de plaatselijke boekjuwelier een leesexemplaar (zonder tegenprestatie!) lenen.

Soms word je, als je er totaal geen verwachtingen van hebt, opeens heel blij van een boek, dan blijkt opeens dat je een juweeltje in handen hebt. Eleanor bleek zo'n boek te zijn.

Eleanor is een intelligente jonge vrouw, die in haar jeugd zoveel meegemaakt heeft dat ze sociaal erg onhandig is. Zolang ze haar eigen routines maar kan volgen gaat het goed. Als ze daar door omstandigheden uitgehaald wordt, gebeurt er van alles met haar, wat voor komische situaties zorgt. Zeker als De Liefde in haar leven komt. Tegelijkertijd wordt langzaam duidelijk welke verschrikkingen ze in haar jeugd heeft meegemaakt.
Eleanor is grappig, maar niet overdreven en zeker niet voortdurend. Onder de vaak komisch aandoende verwikkelingen zitten serieuze thema's als eenzaamheid, de dwingende sociale mores en kindermishandeling, die echter nooit zwaar worden door de lichtheid van stijl.

Een boek zit qua sfeer ergens tussen The Rosie Project en Come, thou tortoise. De humor van beide, het lieve kluchtige van Het Rosie Project,  en het warme gevoel met serieuze ondertoon van de Schildpad.

En ja, ik weet ook wel dat dit soort boeken, totaal niet literair, allemaal een beetje hetzelfde format heeft (held/heldin draait op routine en als die routine onderbroken wordt ontstaan er allerlei verwikkelingen) maar o, wat is dit lekker om te lezen! Precies wat een mens soms nodig heeft.






Met dank aan Berry van de Readshop






Wat ik las, een inhaalslag

Gisteren kondigde ik het al aan: omdat ik wel veel gelezen heb maar niet veel geschreven, heb ik een enorme 'achterstand'. Ik houd van een geordend leven ;-) dus met deze blogpost werk ik in één keer mijn achterstand weg door van elk boek een korte impressie te geven:

MEI

Ann Leckie - Het Recht van de Radch (VS 2013) oorspr.: Ancillary Justice; SF
een ongelooflijk complex verhaal waarbij ik pas op de helft een beetje snapte hoe het in elkaar zat. Gekoloniseerde planeten, ruimtestations en ruimteschepen, dat is de wereld van Leckie. Het is niet uit te leggen waar het over gaat want als ik zeg dat de hoofdpersoon het brein van een ruimteschip is dan denk je toch: waar heeft ze het over? Toen ik het ging snappen werd het wel heel spannend en wilde ik verder in deel 2 maar dat was gek: opeens was ik helemaal zat van die rare kunstmatige wereld en heb ik Het Zwaard van de Radch snel teruggebracht naar de biep. De aantrekkingskracht van dit boek zat 'm echt in het ontdekken van deze wereld want die is met enorm veel creativiteit bedacht.
****

Benedict Wells - Het einde van de eenzaamheid (Duitsland 2016); fictie
Nauwelijks te geloven dat een (jonge-)man van 32 zo'n rijp verhaal kan schrijven, over Jules Moreau die op zijn twaalfde wees wordt als zijn ouders verongelukken. Hij en zijn oudere broer en zus gaan naar een internaat en verliezen elkaar uit het oog. Jules vereenzaamt , ontmoet zijn zielsverwante Alva, verliest haar en vindt haar terug. Het verhaal schuurt tegen het melodrama aan maar wordt door de schrijfkunst van Wells gered. Erg mooi. ****





Barbara Stok - Toch een geluk (NL 2016); strip.
Ik wilde dit eerst een graphic novel noemen maar dat is het toch niet; het is een verzameling ultra korte stripjes (1 of 2 pagina's) die Stok tekende in de periode dat ze bezig was met haar graphic novel Vincent over het leven van Vincent van Gogh. Wellicht vanuit het idee 'er moet toch brood op de plank' want hoewel een boek van Barbara Stok meestal een feestje is, stelt dit boek niet zoveel voor, juist omdat er geen verhaallijn in zit. **1/2





Keri Smith - The Wander Society (VS 2016); creativiteit
Ik las dit boek in het Nederlands, men heeft de engelse titel niet vertaald.
Ik wist niet dat Keri Smith een nieuw boek had geschreven, ik liep er 'per ongeluk'  tegen aan. Het gaat over zwerven, letterlijk (wanderen) en in je hoofd. Het is opgezet als een soort plakboek waarin de gedichten van Walt Whitman een belangrijke rol spelen. Om haar thema's verbinding te geven heeft Smit een geheim genootschap (The Wander Society) verzonnen.
Erg leuk en vermakelijk, ik krijg altijd wel weer inspiratie door zo'n boek. ***1/2

Hilary Mantel - De geest geven (Giving up the ghost) Zie HIER

Barbara Stok - Vincent (NL 2012); graphic novel
De tekeningen zien er bedrieglijk eenvoudig uit maar uit Toch een geluk weet ik hoeveel werk dit is geweest, hoeveel voorbereiding (lezen van zijn brieven en veel biografieen) het heeft gekost en hoeveel werk om uit te denken hoe je zo'n leven in een bestek van 140 bladzijden vormgeeft. Heel knap gedaan! ***1/2

Dave Eggers - Helden van de grens (VS, 2016) oorspr: Heroes of the frontier
Fictioneel verslag van een roadtrip van een gescheiden moeder (Josie) en haar kinderen Ana (5) en Paul (8). Omdat het allemaal niet zo lekker meer liep in haar leven trekt Josie met haar kinderen in een gammele camper genaamd The Chateau door Alaska. Ana is zo'n verschrikkelijk kind die alles wat ze in haar handen krijgt moet slopen en haar broertje Paul is te vroeg volwassen. Josie is het stuur van haar leven even kwijt en op zoek naar moedige mensen, om er uiteindelijk achter te komen dat ze zelf moedig moet zijn en van haar kinderen moedige mensen moet maken.
Ik weet niet wat ik van dit boek moet denken, het was geen slecht boek maar ik vond het ook niet echt een meeslepend verhaal. Ik geloof niet dat ik het zou aanraden ***

JUNI

Sonja Barend - Je ziet mij nooit meer terug. Zie HIER

Barbara Yelin - Irmina (Duitsland 2014) Oorsp: Irmina; graphic novel
Aan de hand van de dagboeken van haar oma heeft Barbara Yelin geprobeerd duidelijk te maken hoe de Duitse bevolking het nazisme heeft beleefd en waarom er zoveel mensen in mee zijn gegaan. Irmina (van Duitse adel) was voor de oorlog een open, wereldse jonge vrouw die in Engeland bevriend raakt met een afrikaanse, zwarte man maar door het uitbreken van de oorlog terug moet naar Duitsland en uiteindelijk trouwt met een SS-er.
Prachtig getekend en mooi uitgewerkt, een boek waar je stil van wordt. ****

Vivian Gornick - Verstrengeld (2016); (VS 1987 oorspr Fierce Attachments: a memoir); memoire.
Vivian Gornick (1935, journaliste) beschrijft haar jeugd in de Bronx (in een appartementengebouw met van die brandtrappen erlangs) en de moeizame relatie met haar Joodse moeder. In vergelijking
met de andere memoires die ik recentelijk las (die van Jeanette Winterson en Hilary Mantel) is deze memoire veel 'intellectueler' en daardoor afstandelijker, bovendien kon ik in de moeder niets sympathieks ontdekken. De sfeer in zo'n arbeiders appartementencomplex in de Bronx wordt wel goed neergezet en ik denk dat dit boek wel een goudmijntje is voor (would be-)schrijvers. ***

Frans G. Bengtsson - De langschepen (Zweden, 1941). 1e vertaling 1955, deze vertaling 2014. Niet uitgelezen
Ik kwam deze titel twee keer op totaal verschillende plaatsen tegen en omdat het een historische roman over de Vikingen is leek het me wel wat. Maar het wilde niet vlotten met dit verhaal van 574 blz, vooral omdat Bengtsson schrijft met een soort ironische humor waar ik absoluut niet tegen kan in een historische roman, het klopt niet en haalt de spanning eruit. Na 80  blz teruggebracht naar de biep.




Sharon Bolton - Kleine zwarte leugens (2017)  (VS, 2015, oorspr Little Black Lies)
Ik lees niet zo veel thrillers dus in het geval ik er plotseling zin in heb, wil ik wel het idee hebben dat ik iets goeds oppak. Daarom heb ik de Vrij Nederland Thriller en Detective gids (2017) maar weer eens doorgespit. Deze kreeg 5 sterren, en dat krijgt ie van mij ook.
Niet alleen een geweldige thriller maar ook een goed in elkaar zittende psychologische roman die zich afspeelt op de Falkland eilanden waarbij de Falklandoorlog een behoorlijke rol speelt. 3 personages met ieder hun eigen verhaal over de gebeurtenissen. De vraag 'wie heeft wat gedaan' leek in eerste instantie een makkie om te beantwoorden maar ik wist wel dat ik vast wel op het verkeerde been was gezet. Na het tweede verhaal dacht ik: nu weet ik het! En na het derde verhaal dacht ik: toch niet, maar het zit zo. En toen bleek het toch weer heel anders te zitten. Geweldig, zo hoort voor mij een goede thriller te zijn. Retespannend, ik heb het laatste deel 's nachts uitgelezen omdat ik persé moest weten hoe het nou zat. Zelfs op de laatste bladzijde volgt nog een kleine verrassing. *****


De blogberichten die ik niet schreef (en een boek over boeken)

Talloze blogposten heb ik in mijn hoofd al geschreven. Over wat ik gelezen heb, over wat ik juist niet gelezen heb, over boeken die er aan staan te komen, over boeken die al heel oud zijn, over lezen. Maar het moment dat ik die gedachten in tekens wilde omzetten, zwart op wit, kwam daar niet logischerwijze achteraan; dat kwam helemaal niet. Ik kon de weg van de gedachte naar de opgeschreven zin niet meer vinden. Raar! De menselijke geest slaat toch veel onverwachte paden in. Deze kon ik in ieder geval niet doorgronden. Of het nou luiheid was of weerzin tegen de digitale wereld of een gebrek aan motivatie of gewoon te vol in het hoofd? Ik heb geen idee. Of nou ja, als ik eerlijk ben eigenlijk wel een beetje want het was natuurlijk niet zomaar dat ik opeens boeken over stress ging lezen ;-)
Wat ik in ieder geval weet is dat veel van die gedachten in een zwart gat zijn verdwenen en ik niet verder kwam dan moeizaam bij elkaar gesprokkelde stukjes die ternauwernood voldoen aan mijn eigen kwaliteitseisen.

Terugkijkend en -lezend zie ik nu vooral een gebrek aan bezieling. Zowel in mijn lezen als schrijven. Het lezen was een beetje werktuiglijk lezen. Immers lezen is in mijn leven net zoiets als eten en slapen, dus dat gaat wel door, maar dan zonder de passie die ik daar meestal bij ervaar. Pas in mei van dit jaar zie ik die bezieling weer een beetje terugkomen in mijn stukjes en al wat langer in de boeken die ik lees. En aan het feit dat ik weer zin had om de catalogi van uitgevers door te spitten en heel enthousiast werd van al die mooie nieuwe boeken die weer gaan verschijnen in de komende maanden.

Het was denk ik het boek van Willem Weststeijn: 'Een jaar lang lezen', dat mij dat allemaal deed beseffen. Ik zag dit boek in een boekhandel in Groningen na een middag lekker over boeken praten met een paar mede-boekverslaafden en zo'n titel, hoewel niet origineel, kan ik echt niet weerstaan. Maar me na zo'n middag ook weer zeer bewust van die rare (boeken-)koopverslaving, heb ik het boek toch de rug toegedraaid. En nog in de trein naar huis gereserveerd bij de biep.
Het boek begint met een inleiding zoals je mag verwachten bij zo'n titel: naast emeritus hoogleraar Slavische letterkunde is Weststeijn namelijk ook een gepassioneerd veellezer, die beseft dat je nooit alles kunt lezen wat je zou willen en desondanks toch steeds maar boeken blijft kopen. Die beseft dat de tijd kostbaar is want in elke 'verloren' kwartiertje had je ook een stukje kunnen lezen. Die altijd en overal een boek bij zich heeft, want 'je weet maar nooit'. Zo iemand dus. Iemand zoals wij, andere veellezers en -kopers.
Dan de stukjes zelf, 83 hoofdstukken waarin 103 boeken besproken worden. Dat was een regelrechte teleurstelling want in plaats van persoonlijke lees-ontboezemingen bleken dit 83 'literatuur-technische' beschrijvingen te zijn van meest onbekende boeken. Dat laatste is geen probleem, het eerste wel want de auteur wil ons graag laten zien dat hij toch wel veel weet van literatuurwetenschap en gaat ons dan ook precies uitleggen hoe het in het besproken boek zit met de 1e, 2e en 3e persoon vertellers, met de 'personages', de structuur, de chronologie. Bovendien formuleert hij zijn persoonlijke mening in termen als vakkundig, literaire waarde, prima opbouw, grote literatuur,  als ware het een objectieve waarheid.
Het resultaat is een verzameling gortdroge stukjes en het is mij een raadsel waarom een uitgever (Lias) dit in boekvorm laat verschijnen en welke doelgroep ze daarbij voor ogen hadden. Veel van die stukjes gaan ook nog over wat obscure titels die de auteur in de oorspronkelijke taal (Frans, Duits, Russisch) gelezen heeft en die nooit in het Nederlands vertaald zullen worden. Ik ken wel een paar boekbloggers wiens stukjes een veel aantrekkelijker boek hadden opgeleverd.
Ikzelf verwachtte in ieder geval iets heel anders bij een titel als Een jaar lang lezen, namelijk een verslag van het leesproces in de context van het persoonlijk leven.

En toen realiseerde ik me nog iets. Want ik heb me in de afgelopen tijd best wel eens af zitten vragen wie er eigenlijk zit te wachten op de zoveelste mening (de mijne) over een boek.
Na Weststeijn bedacht ik dat de toegevoegde waarde van die stukjes van mij juist zit in het persoonlijke. Want laten we eerlijk zijn, als je mijn stukjes leest word je niet heel veel wijzer over de inhoud van een boek. Dat is bewust, want die inhoud kun je overal vinden. Wat ik vooral wil is schrijven over het proces van het lezen van dat boek en in welke context ik dat las. Hoe voelde ik me, wat dacht ik erbij, waarom wilde ik het lezen en wat heb ik eruit gehaald.
Kortom ik ben op mijn best als ik de stukjes schrijf die ik zelf graag wil lezen: de belevenissen van een leesverslaafde. Dat zou trouwens een mooie naam voor een boekenblog zijn.

Om deze blogpost niet te lang te maken, volgt morgen een beknopte bespreking van alle boeken die ik tussen begin mei en dit moment gelezen heb, zodat ik weer helemaal bij ben.
Dan kan ik daarna tenminste veel aandacht besteden aan een topper die ik afgelopen week gelezen heb, en waar ik zo ontzettend blij van werd!

"Jaren lang lezen" dat zou ook de naam van mijn blog kunnen zijn ;-)

Sonja Barend - Je ziet mij nooit meer terug

Sonja Barend - Je ziet mij nooit meer terug
NL, 2017, 283 blz.
Gelezen uit de biep

Ik lees de laatste tijd opvallend veel memoires. Misschien omdat ik naar mijn gevoel mijn eigen leven niet helemaal op orde heb. Om er dan achter te komen dat achter de schone schijn er bij vrijwel iedereen wel iets aan schort. 

Zo zag ik Sonja Barend, in de tijd dat ik naar haar populaire praatprogramma's keek, als een succesvolle vrouw die alles mee had en soepeltjes door het leven ging. Nooit had ik vermoed dat deze vrouw altijd met een gat in haar wezen rondliep, een gat dat veroorzaakt werd door de vele vragen rond haar Joodse vader, die in 1943 uit huis werd gehaald en uiteindelijk in Auschwitz is gestorven, en de rol van haar moeder hierin. En de vraag waarom haar moeder haar daarna tot 2 jaar na de oorlog heeft ondergebracht bij haar grootouders in Alkmaar.  Dat Sonja toen nog maar een peuter was en dit niet bewust heeft meegemaakt,  heeft niet kunnen voorkomen dat zij haar leven lang met vragen rond bleef lopen. Ook had ik niet kunnen bedenken dat deze montere vrouw tot drie keer toe is getroffen door kanker en dat zij in de wetenschap dat er iets levensbedreigends in haar lichaam woekerde, ' s avonds toch weer voor de camera zat en deed alsof er niets aan de hand was.

Dit schrijft zij allemaal op in een vloeiende, meeslepende stijl en een authentieke 'stem', je hoort als het ware Sonja praten. Nergens wordt het melodramatisch, er blijft altijd een lichte ondertoon meelopen in haar zinnen.  Het is niet (alleen) het feit dat zij een bekende Nederlander was en is, dat dit boek zo interessant maakt. Het is ook de manier waarop zij liefdevol maar ook beschouwend en reflectief schrijft over haar familie, haar stiefvader en stiefbroers, haar tweede man en zijn dochters,  haar aanvankelijk onzekere rol als 'stiefmoeder' en vooral hoe zij ondanks alles altijd zielsveel en onvoorwaardelijk van haar moeder is blijven houden.

Ik dacht aanvankelijk over dit boek dat ik al wist wat er in stond voor ik ook maar een letter had gelezen. Dat kwam omdat ik Sonja inmiddels bij elk praatprogramma had zien aanschuiven, waar ze steeds maar weer dat verhaal vertelde van die vader die werd opgehaald en hoe haar moeder daar mede 'schuldig' aan was ('Is uw man thuis? Jazeker!') Het was door een aantal besprekingen die ik van anderen las, dat ik ging vermoeden dat dit toch een ander boek was dan ik in eerste instantie dacht.

Wel zijn er na het lezen een paar vragen bij mij achtergebleven; één is een wat triviale, die mij niettemin toch bezighoud: in het boek is de jonge Sonja een meisje met gitzwart haar, terwijl haar moeder steevast wordt beschreven als een vrouw met een prachtige rode bos haar. Hoe zit dat, heeft ze al die haren haar zwarte haar roodgeverfd (en wilde ze daarmee op haar moeder lijken?) of kwam dat vanzelf toen ze ouder werd? Kan zwart haar opeens rood worden?

Een vraag die Hella zich ook heeft gesteld na haar lezing van de memoire van Hilary Mantel: hoe kan het dat zij zich nog zoveel details weet te herinneren van haar vroege kindertijd? Behalve een paar flarden van beelden, weet ik zelf helemaal niets meer van mijn kindertijd. Of heeft zij dit gereconstrueerd op basis van foto's,  en verhalen van anderen?
Een laatste, zijdelingse, vraag is hoe het kan dat wij (nou ja ik althans) van Theo van Gogh altijd dat beeld hadden van die man die ons, weliswaar op een wat brute wijze, wees op de intolerantie van de islam en daardoor in ons geheugen is blijven voortleven als een geslachtofferde held,  terwijl hij zelf, zoals uit dit boek blijkt, Sonja jaren heeft achtervolgd met de meest erge anti-semitische verwensingen?






Hilary Mantel - De geest geven

Hilary Mantel - De geest geven (2016)
Oorspr: Giving up the ghost (UK, 2003, memoir)
Gelezen uit de biep

Net als veel van jullie zag ik Hilary Mantel onlangs in een prachtig interview met Adriaan van Dis in de jaarlijkse even-terug-in-de tijd boekenweekspecial Hier is....Adriaan van Dis.

Ik wist wel dat ze ziek was, maar niet dat haar ziekte veel te maken heeft met haar uiterlijk. Ik vond haar altijd zo'n merkwaardig gezicht hebben, iets asymetrisch, een hier-klopt-iets-niet gezicht.
Dat laatste, hier klopt iets niet, is een tamelijk understatement voor wat deze vrouw heeft doorstaan. Maar lang niet het hele boek gaat over haar ziekte. De eerste helft gaat over haar kindertijd, die een sterk stempel op haar schrijverschap heeft gedrukt maar waarin voor haarzelf nog steeds elementen zijn die zij niet kan plaatsen. Om het mooi te zeggen; ze is er nog niet mee in het reine. Niet precies meer wetend wat echte herinneringen zijn en wat er zelf bijverzonnen is, gaat ze terug naar haar jeugd om, zoals ze dat zelf zegt, uit de afbladderende verfschilfers de oorspronkelijke kleur te achterhalen.

Hilary (1952) is het kind van Ierse ouders maar groeit op in Engeland in een rooms-katholieke omgeving. Hoewel afkomstig uit een eenvoudig gezin, was haar moeder een nogal bohemien-achtig type die, terwijl ze nog getrouwd was, ook een minnaar in huis haalde, Jack Mantel. Daar zat de 7-jarige Hilary, met haar moeder en Jack, én met haar vader, die ook nog in hetzelfde huis woonde maar geen deel meer uitmaakte van het gezin. Op haar 11e scheiden haar ouders definitief en ze heeft haar vader daarna nooit meer gezien. Met haar stiefvader heeft ze een moeizame verhouding maar toch heeft ze later zijn naam aangenomen.

Ik ben geen voorstander van het uitgebreid navertellen van de inhoud van een boek en dat ga ik hier ook niet doen, alhoewel ik wel die neiging heb en veel citaten zou willen geven die getuigen van de zowel lichte, humorvolle alsook serieuze, nadenkende toon van dit boek. Volstaat te zeggen dat haar leven verloopt volgens de traditionele lijnen. Behalve dan dat ze trouwt met een man (geoloog Gerald McEwen) die veel in het buitenland zit en zij uiteraard geacht wordt mee te gaan (Afrika, Saoudi-Arabië) en dat ze ziek wordt en men niet in staat is een goede diagnose te stellen, waardoor ze zelfs een tijdje in een psychiatrische kliniek belandt. En dat ze door deze foute diagnose geen kinderen kan krijgen. Haar niet-gewenste kinderloosheid  is, naast de jeugdjaren, het tweede belangrijke onderwerp in deze memoire. Het gedroomde kind blijft haar lang als een geest achtervolgen, net als de geest van haar stiefvader Jack. Ze lijdt ook erg onder haar, als gevolg van haar ziekte, sterk veranderende lichaam.
Op de cover zie je een lang, tenger en heel knap jong meisje dat niet meer kon verschillen van de vrouw die ze nu is geworden.

Als ze het heeft over haar ziekte en de gevolgen daarvan, zegt ze:
"Ik schrijf dit niet omdat ik op medeleven uit ben. Er zijn mensen die het veel zwaarder hebben en nooit een pen op papier hebben gezet. Ik schrijf om het verhaal van mijn kinderjaren en mijn kinderloosheid de baas te worden en om mezelf te lokaliseren, zo niet in een lichaam, dan toch in de smalle ruimte tussen de ene letter en de volgende, tussen de regels waar de geest van de betekenis huist. De geest heeft een woning nodig en houdt zich op waar dat kan; je pleegt geen zelfmoord omdat je een losse hoes moet dragen in plaats van een jurk. Er zijn meer mensen wier persoonlijkheid net als de mijne ontworteld is. Je moet jezelf weer terug zien te vinden in de doolhof van de maatschappelijke verwachtingen en de warwinkel van de herinnering: welke stukjes van jezelf zijn nog intact?"
'De geest geven' is een wat merkwaardige titel voor dit boek. Het is weliswaar de vertaling van de oorspronkelijke titel, de engelse uitdrukking 'giving up the ghost', maar moet hier ook vooral letterlijk worden genomen. Want door het schrijven van deze memoire (en de verkoop van haar tweede huis) kan Hilary uiteindelijk haar geesten opgeven: haar niet geboren kinderen, en haar stiefvader.

Prachtig boek dat door de stijl van Hilary niet alleen een genot is om te lezen, maar ook inzicht biedt in de auteur en daarmee ook een beetje in de achtergronden van haar boeken.



Dirk de Wachter - Borderline times

Dirk de Wachter: Borderline times; het einde van de normaliteit.
België, 2013

Ik ben niet heel positief als het gaat over de maatschappij waarin we nu leven, en ook niet optimistisch over de toekomst. Ik ben blij dat ik wat ouder ben, want het lijkt me niet fijn om nu jong te zijn.
Dirk de Wachter, een Vlaamse psychiater en psychotherapeut, heeft zich, vanuit de interesse in wat men noemt 'sociale psychiatrie' verdiept in de manier waarop onze leefwereld onze psyche beïnvloedt en wat dat voor gevolgen heeft. Hij is geen aanhanger van Dick Swaab (wij zijn ons brein) maar van mening dat ons brein reageert op de impulsen uit de wereld om ons heen.

Aan de hand van 9 criteria voor een borderline persoonlijkheidsstoornis neemt hij de huidige maatschappij de maat. Een borderline stoornis: 'een diepgaand patroon van instabiliteit in intermenselijke relatie, zelfbeeld en affecten en van duidelijke impulsiviteit, beginnend in de vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties'.

De Wachter past vervolgens deze 9 criteria toe op een maatschappijkritiek door uit elk criterium een stelling te formuleren. Hij gebruikt veel citaten uit literaire werken, met name uit de boeken van Michel Houellebecq, iemand die de maatschappijkritiek zo'n beetje heeft uitgevonden.
Onze individualistische maatschappij, met een verregaande individuele vrijheid (of de illusie daarvan?), emancipatie, secularisering en globalisering leidt ertoe dat veel mensen ongelukkig zijn; depressies, burnout, ADHD, autisme-spectrumstoornissen (ik krijg overigens de indruk dat dit in toenemende mate een stoere 'ziekte' is, opeens heeft iedereen wel iets afkomstig uit het autisme-spectrum), toenemende zelfmoordcijfers.

Ik lees overigens regelmatig dat wij zo'n gelukkig volkje zijn, maar toch wijzen de cijfers erop dat er veel mensen zijn die aan stress of andere maatschappij-gerelateerde aandoeningen lijden, dus hoe kan dat dan? Zo waren in België in 2011 1 op de 4 mensen in behandeling voor een depressie of andere psychiatrische aandoening, slikte 1 op de 10 Belgen antidepressiva en was het ritaline-gebruik van Vlaamse kinderen met een diagnose ADHD tussen 2005 en 2009 verdubbeld. Voor Nederland zal dat niet veel anders zijn, en inmiddels een paar jaar verder vrees ik dat de cijfers nog wel wat hoger zijn geworden.
Ook in mijn directe omgeving zie ik steeds meer mensen die gebukt gaan onder (vaak werkgerelateerde) stress.

Enfin, de focus die ik uit dit boek haal is: dat wij langzaam toegroeien naar een meritocratische samenleving (waarin een ieders sociaal-economische positie is gebaseerd op zijn of haar verdiensten, met andere woorden: als je niet vreselijk je best doet en meegaat in de prestatiecultuur, wordt je gezien als een loser en tel je niet mee), waarin een toenemende stuurloosheid is te onderkennen. Het verdwijnen van traditionele sjablonen, het vervagen van sekserollen, de zich opdringende en dwingende beelden van mode, lifestyle, looks en design (je moet er aan meedoen om erbij te horen), de dominantie van beelden en het gebrek aan woorden (de selfie-en twitter cultuur) dragen hier zwaar aan bij.
Daarbij zijn we geobsedeerd door onszelf en hebben we het idee dat het leven uitsluitend uit genot en geluk moet bestaan en zo niet dan klopt er iets niet. We kunnen niet meer omgaan met ongeluk of met het idee dat leven soms ook gewoon niet leuk en fijn en prettig is. Voor velen leidt dit tot een gevoel van zinloosheid en leegte. Een leegte die zo snel mogelijk moet worden opgevuld (met iets leuks uiteraard).

Iemand heeft een borderline-stoornis als hij voldoet aan 5 van de 9 criteria. De samenleving als geheel, gelegd langs deze meetlat, voldoet ruimschoots aan deze voorwaarden. De samenleving is ziek, en de scheidslijn tussen psychiatrische patienten en gezonde mensen is maar heel dun.
Hoewel De Wachter aangeeft dat hij niet louter een cultuurpessimistisch discours wil houden, wijst hij weliswaar wel af en toe op hoopgevende signalen dat er misschien iets kan veranderen of misschien zelfs al aan het veranderen is, maar geeft hij niet de beloofde 'tools die we kunnen hanteren om met deze nieuwe wereld ethisch zinvol te blijven omgaan'.

Het boek leest als een trein en was voor mij erg herkenbaar. Daarin schuilt natuurlijk ook een gevaar, omdat het zo bevestigend is. Voor je het weet word je ervan beschuldigd 'in je eigen bubble' te zitten. Komt niet voor in dit boek, maar het is vast ook een kenmerk van deze borderline maatschappij: dat we allemaal lekker in onze eigen bubble zitten.
Dus nu moet ik op zoek naar een tegenhanger, een boek dat juist de positieve ontwikkelingen in de maatschappij laat zien. Dat wordt nog een hele klus.
Ondertussen ben ik wel erg nieuwsgierig geworden naar het laatste boek van Dirk de Wachter: De wereld van De Wachter.

Er zijn van die boeken die je zoveel mogelijk mensen zou willen aanbevelen, omdat het kan leiden tot meer begrip van deze wereld en onze rol daarin. Dit is zo'n boek. Je hoeft het niet met alles eens te zijn, maar het is altijd goed om een blik te werpen in de spiegel die je door iemand met verstand van zaken wordt voorgehouden.










Jeanette Winterson - Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn?

Oorspr.titel: Why be happy if you could be normal? (UK, 2011)
Non-fictie/memoires

Van Jeanette Winterson heb ik wel eens wat gelezen maar het was niet dat ik er nu echt laaiend enthousiast over was. Zij schrijft wat ik noem 'erg literair', voor mij is dat vaak geen aanbeveling. Haar Shakespeare-herschrijving (Het gat in de tijd) was daar overigens een aangename uitzondering op. Niet dat dit boek minder literair is, maar wel beter leesbaar. Vind ik dan.

Ik was wel geinteresseerd in haar memoires, omdat ik houd van het genre in zijn algemeenheid, en van memoires/(auto-)biografieën over creatievelingen in het bijzonder. Ook wekte de titel van dit boek mijn nieuwsgierigheid. En wat een verrassing bleek het te zijn!

Jeanette Winterson, geboren in Manchester,  is in 1960, op de leeftijd van 3 maanden, geadopteerd door het echtpaar Winterson uit Accrington, Lancashire. Moeder Winterson een forse, depressieve, eenzame vrouw met tal van fysieke mankementen, die niet in staat is liefde te geven en erg in de Here is, pa Winterson een eenvoudige havenarbeider die thuis niet veel te vertellen heeft.  Het gezin is lid van de pinkstergemeente en maakte bijna dagelijks de gang naar de kerk. Jeanette heeft een slechte jeugd, ze wordt geslagen en af en toe een nacht buiten de deur gezet. In deze tijd zou Jeanette al snel zijn weggehaald door de kinderbescherming, maar toen was daar helaas nog geen sprake van.
Ook op school is Jeanette een buitenbeentje.
"Ik was geen populair of innemend kind; te stekelig, te boos, te fel en te raar. De kerkgang was niet bevorderlijk voor het maken van schoolvriendinnetjes, en in schoolsituaties zijn buitenbeentjes altijd de klos."
Het mooie is dat Jeanette van haar verhaal geen (melo-)drama heeft gemaakt, hoewel ze niets verzwijgt. Ze is in staat om te zien zonder veel wrok of haat en ondanks alles kan ze toch met enig mededogen naar haar adoptiemoeder kijken. Maar vooral kan ze ontzettend goed beredeneren (en dit prachtig opschrijven) wat er allemaal gaande was in haar jeugd, waarom en welke (psychologische) effecten dit op zowel Jeanette zelf, maar ook haar adoptie-ouders heeft gehad. Zeker is dat het heeft geleid tot haar schrijverschap en haar daarin ook zeer heeft beïnvloed.
"Er zijn zoveel dingen die we niet kunnen zeggen omdat ze te pijnlijk zijn. We hopen dat de dingen die we wel kunnen zeggen de rest zullen verzachten, of op de een of andere manier verzoenen. Verhalen hebben een compenserende functie. De wereld is oneerlijk, onrechtvaardig, onkenbaar, onbeheersbaar. Wanneer we een verhaal vertellen, oefenen we controle uit, maar zodanig dat we een leemte openlaten, een opening. Het is een versie, maar nooit de definitieve. En misschien hopen we dat de stiltes door iemand anders zullen worden gehoord, en dat het verhaal kan voortgaan, kan worden herverteld. Wanneer we schrijven, presenteren we evenzeer de stilte als het verhaal. Woorden zijn het deel van de stilte dat uitgesproken kan worden."
Gelukkig heeft Jeanette tijdens het schrijven van deze memoires inmiddels genoeg afstand (ze is inmiddels 51) om soms ook vrij humoristisch uit de hoek te komen.

Zoals voor veel eenzame kinderen, zijn boeken de redding voor Jeanette. Hoewel er thuis, behalve de Bijbel en bijbelcommentaren, geen boeken waren en Jeanette ze ook niet mocht hebben (mevrouw Winterson: 'het probleem met een boek is dat je pas weet wat erin staat als het te laat is'), wordt Jeanette elke week door mevrouw Winterson naar de openbare bibliotheek gestuurd om een stapel detectives voor haar te halen (als Jeanette haar om uitleg vraagt over haar eigen stelling: 'als je weet dat er een lijk in voor gaat komen, is het niet zo'n schok'). Jeanette kan dan zelf ook boeken meenemen. Van haar moeder mag ze wel non-fictie lezen maar geen fictie, maar ze slaagt erin die toch binnen te smokkelen. Ze heeft de mazzel dat de openbare bibliotheek goed voorzien was van fictie, waaronder vrijwel alle klassieken uit de Engelse literatuur. En als ze later een baantje heeft, koopt ze zelf boeken.

Als duidelijk wordt dat Jeanette, ze is dan 16, verliefd is op een vrouw, wordt ze door haar moeder het huis uitgezet, want vrouwenliefde is niet normaal. Als mevrouw Winterson aan Jeanette vraagt 'waarom?' antwoordt ze: Als ik met haar ben, ben ik gelukkig. Gewoon gelukkig.' En mevrouw Winterson antwoord: 'Waarom zou je gelukkig zijn als je normaal kunt zijn?'

Jeanette komt gelukkig goede mensen tegen die haar verder helpen in haar leven,  en ze weet uiteindelijk, door haar sterke persoonlijkheid en gedreven door een ongelooflijke wil, een studiebeurs aan Oxford te bemachtigen.
Pas als zij haar huidige vrouw, de psycho-analitica en schrijfster Susie Orbach ontmoet, kan ze genoeg moed opbrengen om haar biologische moeder te gaan zoeken. Hoe dat afloopt, ga ik maar niet verklappen.
Ik vond dit een zeldzaam mooi boek dat ik in één ruk uitgelezen heb.
De eerste roman van Winterson, Sinaasappels zijn niet de enige vruchten (Oranges are not the only fruit) is een gefictionaliseerde versie van dit boek. Ook die wil ik nu graag lezen.











Eva Meijer - Het vogelhuis

Eva Meijer - Het vogelhuis (NL, 2016)

De biep heeft zo zijn voordelen, zeker nu die van ons ook steeds meer engelstalige literatuur aanbiedt. Er zit echter ook een nadeel aan het gebruik van de biep, en dat is dat je soms lang op reserveringen moet wachten. En als je dan net iets anders hebt gevonden om te lezen en daar lekker in zit, komen je reserveringen beschikbaar. En dan niet eentje, maar allemaal tegelijk. En aangezien dat meestal boeken zijn die ook anderen graag willen lezen, moeten ze binnen 3 weken uit zijn.
Zo kwam het dat ik in één keer dringend 3 boeken te lezen had:
The underground railroad van Colson Whitehead, Het vogelhuis van Eva Meijer en Golden Hill van Francis Spufford.
Met de Ondergrondse Spoorlijn was ik snel klaar, want ik merkte dat ik een beetje slavernij-/racisme-moe ben.
Het boek van Francis Spufford, een historische roman spelend in het 18e eeuwse New York is geschreven in het soort engels dat voor mij net een beetje te taai is, waardoor allerlei nuances mij ontgaan. Hiervoor is het dus wachten op de vertaling.
En zo bleef Eva Meijer over.

Het Vogelhuis is gebaseerd op de levensgeschiedenis van Gwendolen (Len) Howard, die in 1894 in het britse Wallington geboren werd. Haar vader is dichter en ook een groot natuurliefhebber, die regelmatig jonge en zieke vogels mee naar huis neemt. Zo komt Len aan haar kraai Charles en ontdekt ze al vroeg dat ook vogels individuen zijn, een eigen karakter hebben. 
Gwendolen is een begaafd musicienne, vooral op de viool is ze virtuoos. Thuis treedt ze regelmatig op als haar vader de dichter 'salon' houdt. Rond haar 20ste vertrekt ze naar Londen, om in het orkest van Malcolm Sargent te spelen. Eva Meijer beschrijft haar als een wat teruggetrokken, maar heel krachtige vrouw die weet wat ze wil, en die vooral haar vrijheid koestert. 
Ze heeft steeds minder contact met haar familie (ze heeft een zuster en 2 broers) wat vooral wordt veroorzaakt door haar moeder, een ziekelijke en moeilijke vrouw. 
Ze ontmoet tekenaar Thomas, die met haar wil trouwen, maar naast Len ook andere vriendinnen heeft, iets waar Len niet mee kan leven.
Na de dood van haar vader koopt ze in 1938 van de erfenis een cottage op het platteland, in Ditchling en gaat zich toeleggen op het bestuderen van vogels. Het is in deze cottage dat ze haar artikelen voor een gerenommeerd natuurtijdschrift schrijft. Later wordt ze gevraagd een boek te schrijven over haar ervaringen met vogels. Uiteindelijk verschijnen er 2 boeken die in die tijd ook veel succes hebben: Birds as individuals en Living with birds.

Eva Meijer heeft geprobeerd zich in te leven in deze vrouw en hoe zij ertoe gekomen is om haar leven als succesvol violiste de rug toe te keren en zich af te zonderen op het platteland met haar vogels. Ze doet dit vrij schetsmatig maar als lezer krijg je toch een goed beeld van dat leven. Deze schetsen worden afgewisseld met fragmenten uit haar vogeldagboek, die vooral gaan over één specifieke koolmees, Ster. Want Len gaf al haar vogels namen, ze kon ze ook allemaal uit elkaar houden. Ze was haar tijd ver vooruit, want ze geloofde niet in het bestuderen van dieren in gevangenschap, dat gaf volgens haar geen goed beeld van hoe dieren zich gedragen en wat ze kunnen. Iets wat Frans de Waal anno 2017 bevestigt in zijn boek Zijn wij slim genoegd om te weten hoe slim dieren zijn. 

In het begin geloofde ik niet dat de dagboekfragmenten echt waren, want ik las over een vrouw die letterlijk haar huis deelt met vogels, ze vliegen in en uit en sommigen slapen ook binnen. De vogels zitten op haar schoot, op haar schouder en zelfs op de potten en pannen. Ik dacht: dit kan toch niet waar zijn, dat wordt toch een vreselijk bende met die poepende vogels in je huis? Later las ik dat ze dan ook al haar meubels bedekt had met kranten om de boel een beetje schoon te houden.  Ze wint op deze manier wel het vertrouwen van 'haar' vogels, en met Ster doet ze zelfs tel-experimenten. Bezoekers heeft ze dan liever niet meer, want die verstoren de rust van de vogels. 

Het Vogelhuis is een boeiend verhaal over een vrouw die onverstoorbaar haar eigen gang is gegaan, zonder enige wetenschappelijke basis, dwars tegen de heersende meningen in haar onderzoek is gaan doen en daar in haar tijd erg succesvol mee was. Na haar dood is ze vrij snel vergeten, wat zeer onterecht lijkt.
Het Vogelhuis heb ik gelezen als een erg rustgevend boek, een natuurboek. En ik kijk nu toch anders naar de koolmezen in mijn eigen tuin....






Eva Meijer is een multi-talent. Ze is naast schrijfster ook beeldend kunstenaar, filosoof en singer-songwriter. Uit de combinatie van haar liefde voor dieren en filosofie-studie is haar interesse voor dierethiek voortgekomen, daarnaast heeft ze een boek gepubliceerd getiteld Dierentalen, "een populair wetenschappelijk boek over talen van niet-menselijke dieren, en de vraag wat taal eigenlijk is".
Het Vogelhuis is haar derde roman.

Ali Smith - Autumn

Ali Smith, Zadie Smith....ik haal ze altijd door elkaar, maar in dit geval was het Ali Smith, van wie ik het boek Autumn las. Nu heb ik nog niet eerder een boek van Ali gelezen, maar ik werd een beetje (onaangenaam)  verrast door het experimentele karakter van dit boek; ik las dus een boek wat nogal uit mijn comfortzone ligt, want eigenlijk houd ik niet van experimentele literatuur.  

Experimenteel wil in dit geval zeggen: a. een verzameling van dromen, essays, proza, gedachten, kunstverhandelingen b. voortdurend in de tijd heen en weer springend en c. dit alles zonder enige plot.

Dit boek wordt in diverse reviews aangeprezen als de eerste 'post brexit novel' maar dat is een beetje vreemde duiding voor dit boek, waarin de brexit wel wordt genoemd maar het er niet echt over gaat. Zijdelings gaat het wel over immigranten en het aanvragen van een paspoort door de hoofdpersoon speelt door het boek heen een flinke rol. Daarover gaat trouwens een hoofdstuk wat ik echt hilarisch vond. Waarin Elisabeth Demand (what's in a name, maar volgens de moeder van Elisabeth komt de naam van 'de monde') bij de burgerlijke stand een paspoort gaat aanvragen en zij en de dienstdoende ambtenaar elkaar de loef proberen af te steken met spitsvondigheden over haar aanvraag.

Naast Elisabeth en haar moeder hebben we dan nog over Daniel Gluck (ooit een immigrant). Demand en Gluck, het ligt er te dik boven op om symbolisch te zijn, toch?  Daniel komt naast de dan nog piepjonge Elisabeth wonen, wiens vader met de noorderzon vertrokken is. Daniel, dan al in de tachtig, neemt een beetje de vaderrol over door veel met Elisabeth op te trekken. Je wenst elk kind zo'n vriend toe, bij wie je met al je vragen terecht kunt en die steevast met wijze antwoorden komt die je gedurende de rest van je leven blijft herkauwen.

één van de door Elisabeth beschreven schilderijen van Boty
Daniel maakt diepe indruk op Elisabeth met zijn beschrijving van ooit door hem verzamelde kunstwerken ('arty art').  Elisabeth komt er later achter dat de meest  kleurrijke beschrijvingen gaan over schilderijen van de (werkelijk bestaande) vroeg overleden Britse pop art kunstenares Pauline Boty, een nogal markante persoonlijkheid met een sterk feministische inslag. Over deze Pauline volgt dan een essayistisch hoofdstuk waarin onder andere haar roerige leven aan bod komt. Eén van haar beroemde schilderijen is een bijzondere pose van de britse 'spionne' Christine Keeler. Waarna dan weer een hoofdstuk volgt over Christine Keeler.

Het boek begint met een droom van de inmiddels 101-jarige Daniel die dan net is opgenomen in een verzorgingshuis, en eindigt als hij wakker wordt, met Elisabeth naast zich. Het vermeende thema van dit boek is de tijd. Het is dat ik dat ergens las, ik zou het er zelf niet uitgehaald hebben. Maar ik ben zowiezo voorzichtig geworden met analyses van de bedoelingen van de schrijver, het interesseert me ook steeds minder wat een ander meent dat de schrijver heeft bedoeld (behalve als het de schrijver zelf is). Het boek moet me iets doen, het moet een resonantie opwekken, en dan haal ik er mijn eigen betekenis wel uit.

Sommige hoofdstukken vond ik echt de moeite waard, het boek is gewoon heel goed geschreven maar als geheel was het voor mij niet overtuigend, maar het was dan ook niet mijn soort boek.
Het is de eerste in een 'vier seizoenen reeks' maar ik denk dat het wel duidelijk is dat ik de andere seizoenen aan me voorbij laat gaan.




Stress!

Witte Hoogendijk & Wilma de Rek - Van Big Bang tot Burnout; het grote verhaal over stress
non-fictie, NL, 2017

Het bedrijf waar ik werk verkeert al zo'n vier jaar in een reorganisatiefase. Omdat het een groot bedrijf is en vrijwel alles tegelijk gebeurt, leidt dat nu tot een vrij grote chaos waarbij veel mensen in een andere functie, in een ander team en op een andere plek terecht zijn gekomen. Wat ik zelf nu goed zie, is dat leeftijd hierbij nogal bepalend is voor het effect dat zo'n verandering op je heeft. Jonge mensen pakken het vrij gemakkelijk op, ze zijn nog flexibel, hebben veel veerkracht en veel energie, waardoor ze verandering vooral aangrijpen als een kans om te laten zien wat ze in huis hebben. Terwijl oudere werknemers zich toch veel moeilijker voor weer een nieuw karretje laten spannen. Het is soms schrijnend om te zien hoe ellendig mensen zich in zo'n situatie voelen en zelf sta ik af en toe ook stijf van de stress.  
Enfin het was in deze stemming dat ik Van Big Bang tot Burnout ter hand nam. 
Maar daar waar ik verwachtte een concreet verhaal over stressfactoren en oplossingen aan te treffen, las ik in plaats daarvan een, voor een groot deel nogal wetenschappelijke, verhandeling over onze evolutie, DNA, DNA-sequencing, eiwitten en methylgroepen. Dat viel niet mee. 

Het komt er op neer dat ons stress-systeem vanaf ons 'vissen-stadium' niet wezenlijk veranderd is. Onze evolutie is relatief gezien zó snel gegaan dat wij nog geen tijd hebben gehad onze stress-respons aan te passen aan de moderne snelle wereld met zijn overdaad aan prikkels. Helaas zit een uniek menselijke eigenschap, onze verbeelding, ons hierbij nog extra in de weg, omdat wij ons gevaren kunnen inbeelden die er helemaal niet zijn. 
En hoewel ons DNA al vanaf de geboorte vastligt, is het aflezen daarvan een dynamisch proces waarbij code wel of niet wordt afgelezen, afhankelijk van bepaalde chemische processen. Men noemt dit 'de methylering van het DNA'.  
Die processen kunnen op gang gebracht worden door zowel externe als interne invloeden.  Het milieu, wat je eet, of je rookt, hoeveel je beweegt, maar dus ook stress, alles is van invloed op de manier waarop je genen 'tot expressie komen'. 

Dit leidt tot de conclusie dat stressgerelateerde aandoeningen (overspannenheid, depressie maar ook hart-en vaatziekten, lage rugpijn, hoofdpijn en RSI horen daartoe) worden veroorzaakt door zowel omgevingsfactoren als genetische kwetsbaarheid. De gedachte is dat, omdat het aantal stressgerelateerde aandoeningen nogal stijgt, de omgevingsfactoren een steeds groter beslag leggen op onze stressrespons, die hiertoe niet is toegerust, waardoor het stress-systeem 'nare bijwerkingen gaat geven die wij ervaren als het stressgevoel'. Belangrijk hierbij is te weten dat langdurige stress kan leiden tot onomkeerbare veranderingen in de hersenen, die weer tot depressie kunnen leiden. 

Maar wat te doen? 
Een praktische en concrete 'oplossing' wordt ons in het laatste hoofdstuk aan de hand gedaan. 
"Het inzicht in wat de stressoren zijn en waar ze vandaan komen, is meteen ook het begin van de oplossing. Sommige stressoren kun je namelijk gewoon uitschakelen. Soms letterlijk - door je mobiel uit te zetten, of door werk zo te organiseren dat mensen niet belachelijk vroeg kun bed uit hoeven om massaal in de file te gaan staan, door ze hun autonomie terug te geven, ze hun zwakheden te gunnen - maar sowieso figuurlijk, door je te realiseren dat veel stressoren zijn ingebeeld. Ze zitten in je hoofd. Daar kunnen ze ook weer uit. (.....) Wat je verder kunt doen is het bijstellen van je verwachtingen. We leven in een maatschappij die gedomineerd wordt door een merkwaardig soort geluksterreur. Geluk moet, wie niet gelukkig is is mislukt en moet behandeld worden. Maar als je naar onze evolutionaire geschiedenis kijkt, zie je dat 'je gelukkig voelen' helemaal niet per definitie bij de doelen van het leven hoort. Het leven heeft geen ander doel dan leven. (.....) Homeostase, dat is de toestand waar elk organisme van nature naar streeft: alles functioneert, de boel is in balans. Overbelasting van het systeem kan tot een verstoring van die balans leiden."

Het is maar dat u het weet.