Sonja Barend - Je ziet mij nooit meer terug

Sonja Barend - Je ziet mij nooit meer terug
NL, 2017, 283 blz.
Gelezen uit de biep

Ik lees de laatste tijd opvallend veel memoires. Misschien omdat ik naar mijn gevoel mijn eigen leven niet helemaal op orde heb. Om er dan achter te komen dat achter de schone schijn er bij vrijwel iedereen wel iets aan schort. 

Zo zag ik Sonja Barend, in de tijd dat ik naar haar populaire praatprogramma's keek, als een succesvolle vrouw die alles mee had en soepeltjes door het leven ging. Nooit had ik vermoed dat deze vrouw altijd met een gat in haar wezen rondliep, een gat dat veroorzaakt werd door de vele vragen rond haar Joodse vader, die in 1943 uit huis werd gehaald en uiteindelijk in Auschwitz is gestorven, en de rol van haar moeder hierin. En de vraag waarom haar moeder haar daarna tot 2 jaar na de oorlog heeft ondergebracht bij haar grootouders in Alkmaar.  Dat Sonja toen nog maar een peuter was en dit niet bewust heeft meegemaakt,  heeft niet kunnen voorkomen dat zij haar leven lang met vragen rond bleef lopen. Ook had ik niet kunnen bedenken dat deze montere vrouw tot drie keer toe is getroffen door kanker en dat zij in de wetenschap dat er iets levensbedreigends in haar lichaam woekerde, ' s avonds toch weer voor de camera zat en deed alsof er niets aan de hand was.

Dit schrijft zij allemaal op in een vloeiende, meeslepende stijl en een authentieke 'stem', je hoort als het ware Sonja praten. Nergens wordt het melodramatisch, er blijft altijd een lichte ondertoon meelopen in haar zinnen.  Het is niet (alleen) het feit dat zij een bekende Nederlander was en is, dat dit boek zo interessant maakt. Het is ook de manier waarop zij liefdevol maar ook beschouwend en reflectief schrijft over haar familie, haar stiefvader en stiefbroers, haar tweede man en zijn dochters,  haar aanvankelijk onzekere rol als 'stiefmoeder' en vooral hoe zij ondanks alles altijd zielsveel en onvoorwaardelijk van haar moeder is blijven houden.

Ik dacht aanvankelijk over dit boek dat ik al wist wat er in stond voor ik ook maar een letter had gelezen. Dat kwam omdat ik Sonja inmiddels bij elk praatprogramma had zien aanschuiven, waar ze steeds maar weer dat verhaal vertelde van die vader die werd opgehaald en hoe haar moeder daar mede 'schuldig' aan was ('Is uw man thuis? Jazeker!') Het was door een aantal besprekingen die ik van anderen las, dat ik ging vermoeden dat dit toch een ander boek was dan ik in eerste instantie dacht.

Wel zijn er na het lezen een paar vragen bij mij achtergebleven; één is een wat triviale, die mij niettemin toch bezighoud: in het boek is de jonge Sonja een meisje met gitzwart haar, terwijl haar moeder steevast wordt beschreven als een vrouw met een prachtige rode bos haar. Hoe zit dat, heeft ze al die haren haar zwarte haar roodgeverfd (en wilde ze daarmee op haar moeder lijken?) of kwam dat vanzelf toen ze ouder werd? Kan zwart haar opeens rood worden?

Een vraag die Hella zich ook heeft gesteld na haar lezing van de memoire van Hilary Mantel: hoe kan het dat zij zich nog zoveel details weet te herinneren van haar vroege kindertijd? Behalve een paar flarden van beelden, weet ik zelf helemaal niets meer van mijn kindertijd. Of heeft zij dit gereconstrueerd op basis van foto's,  en verhalen van anderen?
Een laatste, zijdelingse, vraag is hoe het kan dat wij (nou ja ik althans) van Theo van Gogh altijd dat beeld hadden van die man die ons, weliswaar op een wat brute wijze, wees op de intolerantie van de islam en daardoor in ons geheugen is blijven voortleven als een geslachtofferde held,  terwijl hij zelf, zoals uit dit boek blijkt, Sonja jaren heeft achtervolgd met de meest erge anti-semitische verwensingen?






Hilary Mantel - De geest geven

Hilary Mantel - De geest geven (2016)
Oorspr: Giving up the ghost (UK, 2003, memoir)
Gelezen uit de biep

Net als veel van jullie zag ik Hilary Mantel onlangs in een prachtig interview met Adriaan van Dis in de jaarlijkse even-terug-in-de tijd boekenweekspecial Hier is....Adriaan van Dis.

Ik wist wel dat ze ziek was, maar niet dat haar ziekte veel te maken heeft met haar uiterlijk. Ik vond haar altijd zo'n merkwaardig gezicht hebben, iets asymetrisch, een hier-klopt-iets-niet gezicht.
Dat laatste, hier klopt iets niet, is een tamelijk understatement voor wat deze vrouw heeft doorstaan. Maar lang niet het hele boek gaat over haar ziekte. De eerste helft gaat over haar kindertijd, die een sterk stempel op haar schrijverschap heeft gedrukt maar waarin voor haarzelf nog steeds elementen zijn die zij niet kan plaatsen. Om het mooi te zeggen; ze is er nog niet mee in het reine. Niet precies meer wetend wat echte herinneringen zijn en wat er zelf bijverzonnen is, gaat ze terug naar haar jeugd om, zoals ze dat zelf zegt, uit de afbladderende verfschilfers de oorspronkelijke kleur te achterhalen.

Hilary (1952) is het kind van Ierse ouders maar groeit op in Engeland in een rooms-katholieke omgeving. Hoewel afkomstig uit een eenvoudig gezin, was haar moeder een nogal bohemien-achtig type die, terwijl ze nog getrouwd was, ook een minnaar in huis haalde, Jack Mantel. Daar zat de 7-jarige Hilary, met haar moeder en Jack, én met haar vader, die ook nog in hetzelfde huis woonde maar geen deel meer uitmaakte van het gezin. Op haar 11e scheiden haar ouders definitief en ze heeft haar vader daarna nooit meer gezien. Met haar stiefvader heeft ze een moeizame verhouding maar toch heeft ze later zijn naam aangenomen.

Ik ben geen voorstander van het uitgebreid navertellen van de inhoud van een boek en dat ga ik hier ook niet doen, alhoewel ik wel die neiging heb en veel citaten zou willen geven die getuigen van de zowel lichte, humorvolle alsook serieuze, nadenkende toon van dit boek. Volstaat te zeggen dat haar leven verloopt volgens de traditionele lijnen. Behalve dan dat ze trouwt met een man (geoloog Gerald McEwen) die veel in het buitenland zit en zij uiteraard geacht wordt mee te gaan (Afrika, Saoudi-Arabië) en dat ze ziek wordt en men niet in staat is een goede diagnose te stellen, waardoor ze zelfs een tijdje in een psychiatrische kliniek belandt. En dat ze door deze foute diagnose geen kinderen kan krijgen. Haar niet-gewenste kinderloosheid  is, naast de jeugdjaren, het tweede belangrijke onderwerp in deze memoire. Het gedroomde kind blijft haar lang als een geest achtervolgen, net als de geest van haar stiefvader Jack. Ze lijdt ook erg onder haar, als gevolg van haar ziekte, sterk veranderende lichaam.
Op de cover zie je een lang, tenger en heel knap jong meisje dat niet meer kon verschillen van de vrouw die ze nu is geworden.

Als ze het heeft over haar ziekte en de gevolgen daarvan, zegt ze:
"Ik schrijf dit niet omdat ik op medeleven uit ben. Er zijn mensen die het veel zwaarder hebben en nooit een pen op papier hebben gezet. Ik schrijf om het verhaal van mijn kinderjaren en mijn kinderloosheid de baas te worden en om mezelf te lokaliseren, zo niet in een lichaam, dan toch in de smalle ruimte tussen de ene letter en de volgende, tussen de regels waar de geest van de betekenis huist. De geest heeft een woning nodig en houdt zich op waar dat kan; je pleegt geen zelfmoord omdat je een losse hoes moet dragen in plaats van een jurk. Er zijn meer mensen wier persoonlijkheid net als de mijne ontworteld is. Je moet jezelf weer terug zien te vinden in de doolhof van de maatschappelijke verwachtingen en de warwinkel van de herinnering: welke stukjes van jezelf zijn nog intact?"
'De geest geven' is een wat merkwaardige titel voor dit boek. Het is weliswaar de vertaling van de oorspronkelijke titel, de engelse uitdrukking 'giving up the ghost', maar moet hier ook vooral letterlijk worden genomen. Want door het schrijven van deze memoire (en de verkoop van haar tweede huis) kan Hilary uiteindelijk haar geesten opgeven: haar niet geboren kinderen, en haar stiefvader.

Prachtig boek dat door de stijl van Hilary niet alleen een genot is om te lezen, maar ook inzicht biedt in de auteur en daarmee ook een beetje in de achtergronden van haar boeken.



Dirk de Wachter - Borderline times

Dirk de Wachter: Borderline times; het einde van de normaliteit.
België, 2013

Ik ben niet heel positief als het gaat over de maatschappij waarin we nu leven, en ook niet optimistisch over de toekomst. Ik ben blij dat ik wat ouder ben, want het lijkt me niet fijn om nu jong te zijn.
Dirk de Wachter, een Vlaamse psychiater en psychotherapeut, heeft zich, vanuit de interesse in wat men noemt 'sociale psychiatrie' verdiept in de manier waarop onze leefwereld onze psyche beïnvloedt en wat dat voor gevolgen heeft. Hij is geen aanhanger van Dick Swaab (wij zijn ons brein) maar van mening dat ons brein reageert op de impulsen uit de wereld om ons heen.

Aan de hand van 9 criteria voor een borderline persoonlijkheidsstoornis neemt hij de huidige maatschappij de maat. Een borderline stoornis: 'een diepgaand patroon van instabiliteit in intermenselijke relatie, zelfbeeld en affecten en van duidelijke impulsiviteit, beginnend in de vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties'.

De Wachter past vervolgens deze 9 criteria toe op een maatschappijkritiek door uit elk criterium een stelling te formuleren. Hij gebruikt veel citaten uit literaire werken, met name uit de boeken van Michel Houellebecq, iemand die de maatschappijkritiek zo'n beetje heeft uitgevonden.
Onze individualistische maatschappij, met een verregaande individuele vrijheid (of de illusie daarvan?), emancipatie, secularisering en globalisering leidt ertoe dat veel mensen ongelukkig zijn; depressies, burnout, ADHD, autisme-spectrumstoornissen (ik krijg overigens de indruk dat dit in toenemende mate een stoere 'ziekte' is, opeens heeft iedereen wel iets afkomstig uit het autisme-spectrum), toenemende zelfmoordcijfers.

Ik lees overigens regelmatig dat wij zo'n gelukkig volkje zijn, maar toch wijzen de cijfers erop dat er veel mensen zijn die aan stress of andere maatschappij-gerelateerde aandoeningen lijden, dus hoe kan dat dan? Zo waren in België in 2011 1 op de 4 mensen in behandeling voor een depressie of andere psychiatrische aandoening, slikte 1 op de 10 Belgen antidepressiva en was het ritaline-gebruik van Vlaamse kinderen met een diagnose ADHD tussen 2005 en 2009 verdubbeld. Voor Nederland zal dat niet veel anders zijn, en inmiddels een paar jaar verder vrees ik dat de cijfers nog wel wat hoger zijn geworden.
Ook in mijn directe omgeving zie ik steeds meer mensen die gebukt gaan onder (vaak werkgerelateerde) stress.

Enfin, de focus die ik uit dit boek haal is: dat wij langzaam toegroeien naar een meritocratische samenleving (waarin een ieders sociaal-economische positie is gebaseerd op zijn of haar verdiensten, met andere woorden: als je niet vreselijk je best doet en meegaat in de prestatiecultuur, wordt je gezien als een loser en tel je niet mee), waarin een toenemende stuurloosheid is te onderkennen. Het verdwijnen van traditionele sjablonen, het vervagen van sekserollen, de zich opdringende en dwingende beelden van mode, lifestyle, looks en design (je moet er aan meedoen om erbij te horen), de dominantie van beelden en het gebrek aan woorden (de selfie-en twitter cultuur) dragen hier zwaar aan bij.
Daarbij zijn we geobsedeerd door onszelf en hebben we het idee dat het leven uitsluitend uit genot en geluk moet bestaan en zo niet dan klopt er iets niet. We kunnen niet meer omgaan met ongeluk of met het idee dat leven soms ook gewoon niet leuk en fijn en prettig is. Voor velen leidt dit tot een gevoel van zinloosheid en leegte. Een leegte die zo snel mogelijk moet worden opgevuld (met iets leuks uiteraard).

Iemand heeft een borderline-stoornis als hij voldoet aan 5 van de 9 criteria. De samenleving als geheel, gelegd langs deze meetlat, voldoet ruimschoots aan deze voorwaarden. De samenleving is ziek, en de scheidslijn tussen psychiatrische patienten en gezonde mensen is maar heel dun.
Hoewel De Wachter aangeeft dat hij niet louter een cultuurpessimistisch discours wil houden, wijst hij weliswaar wel af en toe op hoopgevende signalen dat er misschien iets kan veranderen of misschien zelfs al aan het veranderen is, maar geeft hij niet de beloofde 'tools die we kunnen hanteren om met deze nieuwe wereld ethisch zinvol te blijven omgaan'.

Het boek leest als een trein en was voor mij erg herkenbaar. Daarin schuilt natuurlijk ook een gevaar, omdat het zo bevestigend is. Voor je het weet word je ervan beschuldigd 'in je eigen bubble' te zitten. Komt niet voor in dit boek, maar het is vast ook een kenmerk van deze borderline maatschappij: dat we allemaal lekker in onze eigen bubble zitten.
Dus nu moet ik op zoek naar een tegenhanger, een boek dat juist de positieve ontwikkelingen in de maatschappij laat zien. Dat wordt nog een hele klus.
Ondertussen ben ik wel erg nieuwsgierig geworden naar het laatste boek van Dirk de Wachter: De wereld van De Wachter.

Er zijn van die boeken die je zoveel mogelijk mensen zou willen aanbevelen, omdat het kan leiden tot meer begrip van deze wereld en onze rol daarin. Dit is zo'n boek. Je hoeft het niet met alles eens te zijn, maar het is altijd goed om een blik te werpen in de spiegel die je door iemand met verstand van zaken wordt voorgehouden.










Jeanette Winterson - Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn?

Oorspr.titel: Why be happy if you could be normal? (UK, 2011)
Non-fictie/memoires

Van Jeanette Winterson heb ik wel eens wat gelezen maar het was niet dat ik er nu echt laaiend enthousiast over was. Zij schrijft wat ik noem 'erg literair', voor mij is dat vaak geen aanbeveling. Haar Shakespeare-herschrijving (Het gat in de tijd) was daar overigens een aangename uitzondering op. Niet dat dit boek minder literair is, maar wel beter leesbaar. Vind ik dan.

Ik was wel geinteresseerd in haar memoires, omdat ik houd van het genre in zijn algemeenheid, en van memoires/(auto-)biografieën over creatievelingen in het bijzonder. Ook wekte de titel van dit boek mijn nieuwsgierigheid. En wat een verrassing bleek het te zijn!

Jeanette Winterson, geboren in Manchester,  is in 1960, op de leeftijd van 3 maanden, geadopteerd door het echtpaar Winterson uit Accrington, Lancashire. Moeder Winterson een forse, depressieve, eenzame vrouw met tal van fysieke mankementen, die niet in staat is liefde te geven en erg in de Here is, pa Winterson een eenvoudige havenarbeider die thuis niet veel te vertellen heeft.  Het gezin is lid van de pinkstergemeente en maakte bijna dagelijks de gang naar de kerk. Jeanette heeft een slechte jeugd, ze wordt geslagen en af en toe een nacht buiten de deur gezet. In deze tijd zou Jeanette al snel zijn weggehaald door de kinderbescherming, maar toen was daar helaas nog geen sprake van.
Ook op school is Jeanette een buitenbeentje.
"Ik was geen populair of innemend kind; te stekelig, te boos, te fel en te raar. De kerkgang was niet bevorderlijk voor het maken van schoolvriendinnetjes, en in schoolsituaties zijn buitenbeentjes altijd de klos."
Het mooie is dat Jeanette van haar verhaal geen (melo-)drama heeft gemaakt, hoewel ze niets verzwijgt. Ze is in staat om te zien zonder veel wrok of haat en ondanks alles kan ze toch met enig mededogen naar haar adoptiemoeder kijken. Maar vooral kan ze ontzettend goed beredeneren (en dit prachtig opschrijven) wat er allemaal gaande was in haar jeugd, waarom en welke (psychologische) effecten dit op zowel Jeanette zelf, maar ook haar adoptie-ouders heeft gehad. Zeker is dat het heeft geleid tot haar schrijverschap en haar daarin ook zeer heeft beïnvloed.
"Er zijn zoveel dingen die we niet kunnen zeggen omdat ze te pijnlijk zijn. We hopen dat de dingen die we wel kunnen zeggen de rest zullen verzachten, of op de een of andere manier verzoenen. Verhalen hebben een compenserende functie. De wereld is oneerlijk, onrechtvaardig, onkenbaar, onbeheersbaar. Wanneer we een verhaal vertellen, oefenen we controle uit, maar zodanig dat we een leemte openlaten, een opening. Het is een versie, maar nooit de definitieve. En misschien hopen we dat de stiltes door iemand anders zullen worden gehoord, en dat het verhaal kan voortgaan, kan worden herverteld. Wanneer we schrijven, presenteren we evenzeer de stilte als het verhaal. Woorden zijn het deel van de stilte dat uitgesproken kan worden."
Gelukkig heeft Jeanette tijdens het schrijven van deze memoires inmiddels genoeg afstand (ze is inmiddels 51) om soms ook vrij humoristisch uit de hoek te komen.

Zoals voor veel eenzame kinderen, zijn boeken de redding voor Jeanette. Hoewel er thuis, behalve de Bijbel en bijbelcommentaren, geen boeken waren en Jeanette ze ook niet mocht hebben (mevrouw Winterson: 'het probleem met een boek is dat je pas weet wat erin staat als het te laat is'), wordt Jeanette elke week door mevrouw Winterson naar de openbare bibliotheek gestuurd om een stapel detectives voor haar te halen (als Jeanette haar om uitleg vraagt over haar eigen stelling: 'als je weet dat er een lijk in voor gaat komen, is het niet zo'n schok'). Jeanette kan dan zelf ook boeken meenemen. Van haar moeder mag ze wel non-fictie lezen maar geen fictie, maar ze slaagt erin die toch binnen te smokkelen. Ze heeft de mazzel dat de openbare bibliotheek goed voorzien was van fictie, waaronder vrijwel alle klassieken uit de Engelse literatuur. En als ze later een baantje heeft, koopt ze zelf boeken.

Als duidelijk wordt dat Jeanette, ze is dan 16, verliefd is op een vrouw, wordt ze door haar moeder het huis uitgezet, want vrouwenliefde is niet normaal. Als mevrouw Winterson aan Jeanette vraagt 'waarom?' antwoordt ze: Als ik met haar ben, ben ik gelukkig. Gewoon gelukkig.' En mevrouw Winterson antwoord: 'Waarom zou je gelukkig zijn als je normaal kunt zijn?'

Jeanette komt gelukkig goede mensen tegen die haar verder helpen in haar leven,  en ze weet uiteindelijk, door haar sterke persoonlijkheid en gedreven door een ongelooflijke wil, een studiebeurs aan Oxford te bemachtigen.
Pas als zij haar huidige vrouw, de psycho-analitica en schrijfster Susie Orbach ontmoet, kan ze genoeg moed opbrengen om haar biologische moeder te gaan zoeken. Hoe dat afloopt, ga ik maar niet verklappen.
Ik vond dit een zeldzaam mooi boek dat ik in één ruk uitgelezen heb.
De eerste roman van Winterson, Sinaasappels zijn niet de enige vruchten (Oranges are not the only fruit) is een gefictionaliseerde versie van dit boek. Ook die wil ik nu graag lezen.











Eva Meijer - Het vogelhuis

Eva Meijer - Het vogelhuis (NL, 2016)

De biep heeft zo zijn voordelen, zeker nu die van ons ook steeds meer engelstalige literatuur aanbiedt. Er zit echter ook een nadeel aan het gebruik van de biep, en dat is dat je soms lang op reserveringen moet wachten. En als je dan net iets anders hebt gevonden om te lezen en daar lekker in zit, komen je reserveringen beschikbaar. En dan niet eentje, maar allemaal tegelijk. En aangezien dat meestal boeken zijn die ook anderen graag willen lezen, moeten ze binnen 3 weken uit zijn.
Zo kwam het dat ik in één keer dringend 3 boeken te lezen had:
The underground railroad van Colson Whitehead, Het vogelhuis van Eva Meijer en Golden Hill van Francis Spufford.
Met de Ondergrondse Spoorlijn was ik snel klaar, want ik merkte dat ik een beetje slavernij-/racisme-moe ben.
Het boek van Francis Spufford, een historische roman spelend in het 18e eeuwse New York is geschreven in het soort engels dat voor mij net een beetje te taai is, waardoor allerlei nuances mij ontgaan. Hiervoor is het dus wachten op de vertaling.
En zo bleef Eva Meijer over.

Het Vogelhuis is gebaseerd op de levensgeschiedenis van Gwendolen (Len) Howard, die in 1894 in het britse Wallington geboren werd. Haar vader is dichter en ook een groot natuurliefhebber, die regelmatig jonge en zieke vogels mee naar huis neemt. Zo komt Len aan haar kraai Charles en ontdekt ze al vroeg dat ook vogels individuen zijn, een eigen karakter hebben. 
Gwendolen is een begaafd musicienne, vooral op de viool is ze virtuoos. Thuis treedt ze regelmatig op als haar vader de dichter 'salon' houdt. Rond haar 20ste vertrekt ze naar Londen, om in het orkest van Malcolm Sargent te spelen. Eva Meijer beschrijft haar als een wat teruggetrokken, maar heel krachtige vrouw die weet wat ze wil, en die vooral haar vrijheid koestert. 
Ze heeft steeds minder contact met haar familie (ze heeft een zuster en 2 broers) wat vooral wordt veroorzaakt door haar moeder, een ziekelijke en moeilijke vrouw. 
Ze ontmoet tekenaar Thomas, die met haar wil trouwen, maar naast Len ook andere vriendinnen heeft, iets waar Len niet mee kan leven.
Na de dood van haar vader koopt ze in 1938 van de erfenis een cottage op het platteland, in Ditchling en gaat zich toeleggen op het bestuderen van vogels. Het is in deze cottage dat ze haar artikelen voor een gerenommeerd natuurtijdschrift schrijft. Later wordt ze gevraagd een boek te schrijven over haar ervaringen met vogels. Uiteindelijk verschijnen er 2 boeken die in die tijd ook veel succes hebben: Birds as individuals en Living with birds.

Eva Meijer heeft geprobeerd zich in te leven in deze vrouw en hoe zij ertoe gekomen is om haar leven als succesvol violiste de rug toe te keren en zich af te zonderen op het platteland met haar vogels. Ze doet dit vrij schetsmatig maar als lezer krijg je toch een goed beeld van dat leven. Deze schetsen worden afgewisseld met fragmenten uit haar vogeldagboek, die vooral gaan over één specifieke koolmees, Ster. Want Len gaf al haar vogels namen, ze kon ze ook allemaal uit elkaar houden. Ze was haar tijd ver vooruit, want ze geloofde niet in het bestuderen van dieren in gevangenschap, dat gaf volgens haar geen goed beeld van hoe dieren zich gedragen en wat ze kunnen. Iets wat Frans de Waal anno 2017 bevestigt in zijn boek Zijn wij slim genoegd om te weten hoe slim dieren zijn. 

In het begin geloofde ik niet dat de dagboekfragmenten echt waren, want ik las over een vrouw die letterlijk haar huis deelt met vogels, ze vliegen in en uit en sommigen slapen ook binnen. De vogels zitten op haar schoot, op haar schouder en zelfs op de potten en pannen. Ik dacht: dit kan toch niet waar zijn, dat wordt toch een vreselijk bende met die poepende vogels in je huis? Later las ik dat ze dan ook al haar meubels bedekt had met kranten om de boel een beetje schoon te houden.  Ze wint op deze manier wel het vertrouwen van 'haar' vogels, en met Ster doet ze zelfs tel-experimenten. Bezoekers heeft ze dan liever niet meer, want die verstoren de rust van de vogels. 

Het Vogelhuis is een boeiend verhaal over een vrouw die onverstoorbaar haar eigen gang is gegaan, zonder enige wetenschappelijke basis, dwars tegen de heersende meningen in haar onderzoek is gaan doen en daar in haar tijd erg succesvol mee was. Na haar dood is ze vrij snel vergeten, wat zeer onterecht lijkt.
Het Vogelhuis heb ik gelezen als een erg rustgevend boek, een natuurboek. En ik kijk nu toch anders naar de koolmezen in mijn eigen tuin....






Eva Meijer is een multi-talent. Ze is naast schrijfster ook beeldend kunstenaar, filosoof en singer-songwriter. Uit de combinatie van haar liefde voor dieren en filosofie-studie is haar interesse voor dierethiek voortgekomen, daarnaast heeft ze een boek gepubliceerd getiteld Dierentalen, "een populair wetenschappelijk boek over talen van niet-menselijke dieren, en de vraag wat taal eigenlijk is".
Het Vogelhuis is haar derde roman.

Ali Smith - Autumn

Ali Smith, Zadie Smith....ik haal ze altijd door elkaar, maar in dit geval was het Ali Smith, van wie ik het boek Autumn las. Nu heb ik nog niet eerder een boek van Ali gelezen, maar ik werd een beetje (onaangenaam)  verrast door het experimentele karakter van dit boek; ik las dus een boek wat nogal uit mijn comfortzone ligt, want eigenlijk houd ik niet van experimentele literatuur.  

Experimenteel wil in dit geval zeggen: a. een verzameling van dromen, essays, proza, gedachten, kunstverhandelingen b. voortdurend in de tijd heen en weer springend en c. dit alles zonder enige plot.

Dit boek wordt in diverse reviews aangeprezen als de eerste 'post brexit novel' maar dat is een beetje vreemde duiding voor dit boek, waarin de brexit wel wordt genoemd maar het er niet echt over gaat. Zijdelings gaat het wel over immigranten en het aanvragen van een paspoort door de hoofdpersoon speelt door het boek heen een flinke rol. Daarover gaat trouwens een hoofdstuk wat ik echt hilarisch vond. Waarin Elisabeth Demand (what's in a name, maar volgens de moeder van Elisabeth komt de naam van 'de monde') bij de burgerlijke stand een paspoort gaat aanvragen en zij en de dienstdoende ambtenaar elkaar de loef proberen af te steken met spitsvondigheden over haar aanvraag.

Naast Elisabeth en haar moeder hebben we dan nog over Daniel Gluck (ooit een immigrant). Demand en Gluck, het ligt er te dik boven op om symbolisch te zijn, toch?  Daniel komt naast de dan nog piepjonge Elisabeth wonen, wiens vader met de noorderzon vertrokken is. Daniel, dan al in de tachtig, neemt een beetje de vaderrol over door veel met Elisabeth op te trekken. Je wenst elk kind zo'n vriend toe, bij wie je met al je vragen terecht kunt en die steevast met wijze antwoorden komt die je gedurende de rest van je leven blijft herkauwen.

één van de door Elisabeth beschreven schilderijen van Boty
Daniel maakt diepe indruk op Elisabeth met zijn beschrijving van ooit door hem verzamelde kunstwerken ('arty art').  Elisabeth komt er later achter dat de meest  kleurrijke beschrijvingen gaan over schilderijen van de (werkelijk bestaande) vroeg overleden Britse pop art kunstenares Pauline Boty, een nogal markante persoonlijkheid met een sterk feministische inslag. Over deze Pauline volgt dan een essayistisch hoofdstuk waarin onder andere haar roerige leven aan bod komt. Eén van haar beroemde schilderijen is een bijzondere pose van de britse 'spionne' Christine Keeler. Waarna dan weer een hoofdstuk volgt over Christine Keeler.

Het boek begint met een droom van de inmiddels 101-jarige Daniel die dan net is opgenomen in een verzorgingshuis, en eindigt als hij wakker wordt, met Elisabeth naast zich. Het vermeende thema van dit boek is de tijd. Het is dat ik dat ergens las, ik zou het er zelf niet uitgehaald hebben. Maar ik ben zowiezo voorzichtig geworden met analyses van de bedoelingen van de schrijver, het interesseert me ook steeds minder wat een ander meent dat de schrijver heeft bedoeld (behalve als het de schrijver zelf is). Het boek moet me iets doen, het moet een resonantie opwekken, en dan haal ik er mijn eigen betekenis wel uit.

Sommige hoofdstukken vond ik echt de moeite waard, het boek is gewoon heel goed geschreven maar als geheel was het voor mij niet overtuigend, maar het was dan ook niet mijn soort boek.
Het is de eerste in een 'vier seizoenen reeks' maar ik denk dat het wel duidelijk is dat ik de andere seizoenen aan me voorbij laat gaan.




Stress!

Witte Hoogendijk & Wilma de Rek - Van Big Bang tot Burnout; het grote verhaal over stress
non-fictie, NL, 2017

Het bedrijf waar ik werk verkeert al zo'n vier jaar in een reorganisatiefase. Omdat het een groot bedrijf is en vrijwel alles tegelijk gebeurt, leidt dat nu tot een vrij grote chaos waarbij veel mensen in een andere functie, in een ander team en op een andere plek terecht zijn gekomen. Wat ik zelf nu goed zie, is dat leeftijd hierbij nogal bepalend is voor het effect dat zo'n verandering op je heeft. Jonge mensen pakken het vrij gemakkelijk op, ze zijn nog flexibel, hebben veel veerkracht en veel energie, waardoor ze verandering vooral aangrijpen als een kans om te laten zien wat ze in huis hebben. Terwijl oudere werknemers zich toch veel moeilijker voor weer een nieuw karretje laten spannen. Het is soms schrijnend om te zien hoe ellendig mensen zich in zo'n situatie voelen en zelf sta ik af en toe ook stijf van de stress.  
Enfin het was in deze stemming dat ik Van Big Bang tot Burnout ter hand nam. 
Maar daar waar ik verwachtte een concreet verhaal over stressfactoren en oplossingen aan te treffen, las ik in plaats daarvan een, voor een groot deel nogal wetenschappelijke, verhandeling over onze evolutie, DNA, DNA-sequencing, eiwitten en methylgroepen. Dat viel niet mee. 

Het komt er op neer dat ons stress-systeem vanaf ons 'vissen-stadium' niet wezenlijk veranderd is. Onze evolutie is relatief gezien zó snel gegaan dat wij nog geen tijd hebben gehad onze stress-respons aan te passen aan de moderne snelle wereld met zijn overdaad aan prikkels. Helaas zit een uniek menselijke eigenschap, onze verbeelding, ons hierbij nog extra in de weg, omdat wij ons gevaren kunnen inbeelden die er helemaal niet zijn. 
En hoewel ons DNA al vanaf de geboorte vastligt, is het aflezen daarvan een dynamisch proces waarbij code wel of niet wordt afgelezen, afhankelijk van bepaalde chemische processen. Men noemt dit 'de methylering van het DNA'.  
Die processen kunnen op gang gebracht worden door zowel externe als interne invloeden.  Het milieu, wat je eet, of je rookt, hoeveel je beweegt, maar dus ook stress, alles is van invloed op de manier waarop je genen 'tot expressie komen'. 

Dit leidt tot de conclusie dat stressgerelateerde aandoeningen (overspannenheid, depressie maar ook hart-en vaatziekten, lage rugpijn, hoofdpijn en RSI horen daartoe) worden veroorzaakt door zowel omgevingsfactoren als genetische kwetsbaarheid. De gedachte is dat, omdat het aantal stressgerelateerde aandoeningen nogal stijgt, de omgevingsfactoren een steeds groter beslag leggen op onze stressrespons, die hiertoe niet is toegerust, waardoor het stress-systeem 'nare bijwerkingen gaat geven die wij ervaren als het stressgevoel'. Belangrijk hierbij is te weten dat langdurige stress kan leiden tot onomkeerbare veranderingen in de hersenen, die weer tot depressie kunnen leiden. 

Maar wat te doen? 
Een praktische en concrete 'oplossing' wordt ons in het laatste hoofdstuk aan de hand gedaan. 
"Het inzicht in wat de stressoren zijn en waar ze vandaan komen, is meteen ook het begin van de oplossing. Sommige stressoren kun je namelijk gewoon uitschakelen. Soms letterlijk - door je mobiel uit te zetten, of door werk zo te organiseren dat mensen niet belachelijk vroeg kun bed uit hoeven om massaal in de file te gaan staan, door ze hun autonomie terug te geven, ze hun zwakheden te gunnen - maar sowieso figuurlijk, door je te realiseren dat veel stressoren zijn ingebeeld. Ze zitten in je hoofd. Daar kunnen ze ook weer uit. (.....) Wat je verder kunt doen is het bijstellen van je verwachtingen. We leven in een maatschappij die gedomineerd wordt door een merkwaardig soort geluksterreur. Geluk moet, wie niet gelukkig is is mislukt en moet behandeld worden. Maar als je naar onze evolutionaire geschiedenis kijkt, zie je dat 'je gelukkig voelen' helemaal niet per definitie bij de doelen van het leven hoort. Het leven heeft geen ander doel dan leven. (.....) Homeostase, dat is de toestand waar elk organisme van nature naar streeft: alles functioneert, de boel is in balans. Overbelasting van het systeem kan tot een verstoring van die balans leiden."

Het is maar dat u het weet.







Geert Mak - De levens van Jan Six

Geert Mak - De levens van Jan Six
non-fictie, NL 2016

De ondertitel van dit boek luidt: 'Een familiegeschiedenis'. Maar Mak zou Mak niet zijn, als hij niet heel erg uitwaaiert, dus gaat dit boek niet alleen over 9 generaties Six, maar ook over de geschiedenis van Nederland en specifiek van Amsterdam, waarbij geen detail wordt geschuwd. Van de oorlogen met Spanje, Frankrijk en Engeland tot wat er in de 17e eeuw op tafel kwam, alles komt aan bod.  Dat maakt het lezen enerzijds wel wat onrustig, maar anderzijds ga je je niet snel vervelen.

Daar waar ik bij de vorige boeken van Geert Mak 'In Europa' en 'Reizen zonder John' na een paar pogingen ben afgehaakt (te schoolmeester-achtig) werd ik door dit boek de geschiedenis in  gesleept. Dat komt niet in het minst doordat Geert Mak heel dicht bij de familie Six is gekomen, met als effect dat zijn betrokkenheid en enthousiasme doorklinkt in de tekst.

De geschiedenis van 'Jan Six' begint als Charles Six rond 1586 met zijn familie vanuit het Noord-Franse Saint-Omer naar de Noordelijke Nederlanden trekt, in de grote golf vluchtelingen en emigranten die, vooral om religieuze redenen (Protestanten waren niet gewenst in de Zuidelijke Nederlanden) noordwaarts trokken. De familie Six had toen al een aanzienlijk vermogen verdiend in de lakenindustrie, zodat Charles in Amsterdam, waar de Sixen neerstreken, goed kon investeren in de stoffenhandel en later ook in de stoffenververij. Amsterdam was destijds nog een middeleeeuwse, kleine maar drukke stad in de polder, aan het IJ. Zijn zoon Jean, die met broer Guillaume de handel overneemt, trouwt met Anna Wijmer (ook afkomstig uit het Zuiden) en uit dit huwelijk wordt in 1618 als tweede kind (in 1612 kregen ze zoon Pieter) onze eerste Jan Six geboren.
Wat volgt is 9 generaties Jan Six, het tot bloei komen van Amsterdam, de geschiedenis van de Republiek en de politiek  en de opkomst van de Oranjes om maar een paar dingen te noemen.

Een thema wat ik uiteindelijk heel sterk terugvond in dit boek, was de geschiedenis van de (Nederlandse) adel door de eeuwen heen. Tot halverwege de 17e eeuw kende men in Amsterdam geen adel. De posities van de regenten werden ingenomen door hardwerkende mannen die door hun verdiensten hoge posities verwierven in het stadsbestuur. Vrijwel alle regenten waren tegelijkertijd ook koopman. Vanaf de tweede helft van de 17e eeuw lieten de rijk geworden burgers zich een aristocratische levensstijl aanmeten en gingen hun posities in het bestuur over van vader op zoon. Het waren pseudo-aristocraten, die buitenhuizen verwierven en daarmee ook adelijke titels als vrijheer en heer. Ook de Sixen verwierven in de loop der generaties verschillende buitenhuizen, o.a. in Egmond en Hillegom. Waar ik trouwens nooit bij stilgestaan had is dat men aanvankelijk ook een erg praktische reden had om zomers naar een buitenhuis te trekken, de grachten van Amsterdam stonken door de warmte zo erg dat het niet om uit te houden was.
In de 18e eeuw nam de aristocratisering in rap tempo toe, maar de aristrocratie werd nu een zelfgenoegzaam volkje, dat het onderscheid in rangen en standen versterkte, het Frans als voertaal had en zich "een levenshouding van onverstoorbaarheid en genotzucht' aanmat." Aan deze levensstijl kwam een abrupt einde met het uitroepen van de Bataafse republiek in 1796. In één klap was "het systeem waarbinnen de regentenfamilies huwelijken en allianties hadden gesloten, ambten hadden verdeeld en gunsten hadden ontvangen en verleend, voorbij."

In de epiloog concludeert Geert Mak zelf, gezeten in het huis waar hij zoveel tijd heeft doorgebracht, namelijk dat van de tiende Jan Six, de huidige heer des huizes, dat dit boek vooral gaat over ongelijkheid en ongelijkwaardigheid. De ongelijkheid, nog een vaststaand gegeven ten tijde van de eerste Jan Six, die langzaam verkruimelt in de loop van de 8 volgende generaties.

Het boek bevat een uitgebreide bibliografie, ook worden per hoofdstuk de belangrijkste bronnen aangegeven. Gelukkig bevat het ook, als allerlaatste bladzijden, een stamboom van de Sixen.
Wat ik zelf jammer vond, was dat er geen illustraties zijn opgenomen (afgezien van een kleine afbeelding aan het begin van elk hoofdstuk).

Samengevat een prettig boek voor wie geinteresseerd is in de vaderlandse geschiedenis.
Zie ook de bespreking van Bettina!




De nieuwe wereld van Erika Johansen

Erika Johansen: De invasie van de Tearling (2016)
Oorspronkelijke titel: The invasion of the Tearling (VS, 2015)
deel II van de Tearling trilogie

Met dit boek heb ik wel heel erg lekker in mijn eigen bubbeltje gezeten. Wat een heerlijk boek! Erg spannend met veel intriges en een paar interessante verhaallijnen waarvan, ook aan het eind van dit tweede deel, nog niet helemaal duidelijk is hoe die verhalen met elkaar in verband staan.

En met een intrigerend thema; de Tearling is een land dat is gesticht door kolonisten onder leiding van ene William Tear, die rond 2058 de Verenigde Staten zijn ontvlucht en de oversteek hebben gemaakt naar een nieuwe wereld. Maar dat was geen oversteek in de ruimte, maar in de tijd.
Rond die tijd is de 'oude wereld'  onleefbaar geworden; er is een enorme kloof tussen arm en rijk, de armen worden onderdrukt door een kleine rijke bovenklasse, er zijn godsdienstoorlogen, boeken zijn verboden, vrouwen zijn een lagere klasse (alleen geschikt voor het krijgen van nageslacht en het ter beschikking staan van de man). Technologie is allesoverheersend geworden en hebzucht de belangrijkste factor. Kortom een wereld waar wij zomaar heel hard op kunnen gaan lijken.

Een klein groepje wil deze wereld ontvluchten en helemaal opnieuw beginnen: zonder technologie, zonder God. In een wereld waarin iedereen gelijk gelijk is. Met pionieren moet deze nieuwe wereld, de Tearling, vormgegeven worden. Mét boeken, die, omdat er maar een beperkt aantal boeken kon worden meegenomen bij de Oversteek, schaars zijn geworden en een belangrijke rol spelen in het leven van Kelsea, afstammeling van de al heel lang regerende Raleigh familie. Want inmiddels lijken er een paar honderd jaar voorbij gegaan te zijn. Kelsea is nu koningin, en zoals dat gaat, hebben ook in de Tearling hebzucht, macht en landjepik hun intrede gedaan. En Kelsea heeft een paar dingen, die de koningin van het buurland, de Rode Koningin, graag wil hebben......aanleiding voor een invasie van de Tearling.
Daarbij speelt mee dat Kelsea op de één of andere manier een connectie heeft met een vrouw die de Oversteek heeft meegemaakt en via haar terug kan kijken in de tijd.
Ik vat het nu even simpel samen zonder iets weg te geven, maar neem van mij aan dat zich hier een bloedspannend verhaal ontvouwt, dat ook aan het eind nog veel vragen openlaat die vast in het derde deel beantwoord zullen worden. Dat derde deel, The Fate of the Tearling, is overigens nog niet vertaald.
Een waarschuwing is wel op zijn plaats, dit is geen boek voor softies. Er zitten wat gruwelijke en soms ook bloederige scenes in, dus je moet wel tegen een stootje kunnen.






Hoera de katten zijn er ook weer!